Beeldvorming
Betekenis
Beeldvorming wordt in twee verschillende betekenissen gebruikt:
1. De eerste betekenis verwijst naar de manier waarop iets in de media wordt weergegeven
. Zo spreekt men over de beeldvorming van vrouwen in de media, de beeldvorming van arbeid, de beeldvorming van wetenschap. Het gaat erover hoe op televisie, radio en in de geschreven pers een beeld wordt gecreëerd van wat vrouwen zijn en kunnen, wat het betekent om te werken, wat belangrijk is aan arbeid in onze maatschappij, en welke plaats de wetenschap inneemt, wat wetenschap bereikt, hoe wetenschap wordt uitgeoefend.
Er is tegenwoordig veel belangstelling voor de beeldvorming van etnische minderheden, ook de beeldvorming van vrouwen is steeds een hot item geweest, en de beeldvorming van terrorisme, van criminaliteit en van het gezin zijn uiteraard ook belangrijke onderwerpen.
De media werken aan dat beeld zowel met woorden als met beelden. In het Engels spreekt men van portrayal of representation.
2. De tweede betekenis van beeldvorming is minder letterlijk. Die betekenis verwijst naar het mentale beeld dat mensen hebben van een bepaald onderwerp (arbeid, minderheden, vrouwen , …). Dat beeld is gevormd door de media, maar ook door veel andere invloeden. Opvoeding, onderwijs, traditie, godsdienst, invloed van leeftijdsgenoten, goede of slechte ervaringen met het onderwerp, studie, heel precieze informatie enz. leveren ook hun bijdrage aan het beeld dat iemand heeft van hoe belangrijk arbeid is, of van wat vrouwen kunnen en mogen.
Deze betekenis leunt heel nauw aan bij ‘attitude’: de houding de iemand heeft, op basis van al de genoemde invloeden, tegenover een fenomeen of persoon. Attitude is een concept uit de psychologie, en heeft drie dimensies langs waar ze tot uiting komt:
- gedrag: de attitude die men heeft bepaalt wat men zou willen doen. Als ik denk dat vrouwen niet in staat zijn tot grote prestaties dan zal ik geen moeite doen om mijn dochter een goede opleiding te laten volgen. Als mijn houding tegenover kou en sneeuw negatief is, dan zal ik niet snel geneigd zijn om op wintersport te gaan.
- emotie: als het over wintervakanties gaat huiver ik, ik word er slecht geluimd en kregelig van. Dat is de affectieve of emotionele dimensie van mijn attitude tegenover skivakanties.
- cognitie: ik weet dat mensen op skivakantie hun benen breken, dat velen op weg erheen vast geraken in files, ik weet dat er alle jaren speciale vliegtuigen voor de repatriëring worden ingelegd, … Deze cognitieve aspecten van mijn attitude maken dat er een kern van waarheid zit in mijn attitude tegenover wintersport.
Skivakanties zijn een gemakkelijk voorbeeld, maar het geldt ook voor onze attitudes tegenover bijvoorbeeld ouderen, vrouwen, allochtonen, intellectuelen, arbeiders, politici, godsdienst, onderwijs, arbeid, of journalisten.
Wetenschappers, journalisten, marktonderzoekers en onderzoeksbureaus van politieke partijen doen veel onderzoek naar de attitudes van de bevolking.
