Beeldvorming
Onderzoek naar beeldvorming
1. Onderzoek over beeldvorming in de media (betekenis 1)
Het onderzoek naar beeldvorming door de media gebeurt binnen de communicatiewetenschap. Men gaat dan op zoek naar de wijze waarop een fenomeen door de media wordt voorgesteld. ‘De media’ is heel breed. Het terrein wordt meestal afgebakend. Dan kijkt men naar beeldvorming van vrouwen en mannen op TV, en in het bijzonder in een bepaald programma, zoals bijvoorbeeld De zevende Dag
(Voor het voorbeeld Zevende dag klik hier of een voorbeeld naar de manier waarop VRT en VTM verkiezingen voorbereiden via discussieprogramma’s klik hier)
In uitzonderlijke gevallen wordt ook onderzocht hoe het geheel van de media een beeld vormen bij de bevolking, zoals bijvoorbeeld de dood van Lady Diana, of de woede van de bevolking in de periode van de Witte Mars, of de beeldvorming via de media van 11 september 2001.
De belangrijkste techniek van het beeldvormingsonderzoek in de media is inhoudsanalyse. Men maakt een codeboek van de belangrijke elementen die men over alle programma’s of teksten heen wil weten, en gaat met dat codeboek coderen. Kenmerken van personen, kenmerken van uitspraken, kenmerken van beelden worden in kaart gebracht. Door al die gegevens te analyseren ziet men doorheen veel uitzendingen wat de trend is. Wat dan naar boven komen zijn kenmerken van de beeldvorming, die zonder het coderen meestal niet opvallen. Ze zijn er echter wel, en die kenmerken hebben veel invloed op de kijker en lezer. Zij maken het beeld, of de kijker zich daar nu bewust van is of niet.
Inhoudsanalyse vraagt veel tijd. Het is monnikenwerk. Voor televisieprogramma’s bijvoorbeeld moeten alle uitzendingen die men wil analyseren verschillende keren bekeken worden, alle personen die er in voorkomen moeten langs de categorieënlijst van het codeboek gelegd worden, de uitgesproken teksten moeten nauwkeurig gescreend worden (eventueel uitgeschreven) en al deze gegevens moeten in de database terecht komen. Als men zover is kan de eigenlijke analyse beginnen. (Meer informatie vind je hier)
Goed kijken is echt niet voldoende. Dat is interessant, maar dat is het werk van tv-recensenten, niet van onderzoekers. Het werk van onderzoekers moet repliceerbaar zijn. Dit houdt in dat de coderingen zo betrouwbaar moeten zijn dat ze door andere onderzoekers met hetzelfde resultaat moeten kunnen herhaald worden.
De technieken van inhoudsanalyse zijn vooral toepasbaar in gevallen waarin men veel gegevens heeft: meerdere afleveringen, een jaargang, een week. Men wil immers zien wat de onderliggende trend is.
2. Beeldvorming – publieke opinie – attitude (betekenis 2)
Om te achterhalen welk beeld mensen hebben van migranten, van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, van de toekomst, van wat geluk is, van de vergrijzing, worden vooral enquêtes gehouden, bij grote groepen mensen.
Als men beter wil begrijpen hoe mensen aan hun beelden en meningen gekomen zijn doet men (diepte)interviews, bij een beperkt aantal mensen.
Deze techniek levert meestal inspiratie voor verdere enquêtes. Het levert ook dieper inzicht, maar de resultaten zijn niet representatief. De twee methodes kunnen elkaar aanvullen.
