Beeldvorming
Stereotypen
De begrippen beeldvorming en stereotypen liggen in betekenis dicht bij elkaar. Als de media een algemeen beeld weergeven en als we ons een algemeen beeld vormen van vrouwen, van de islam of van werken, dan is dat algemene beeld per definitie niet genuanceerd.
We hebben patronen, veralgemeningen nodig om snel iets te kunnen begrijpen, snel te reageren, om te kunnen antwoorden. Als we geen beroep zouden kunnen doen op die algemene patronen zouden we niet kunnen handelen en niet met anderen kunnen omgaan. We moeten algemene ideeën over veiligheid en risico's in steden gebruiken om onze weg te vervolgen. Daarmee oordelen we dan misschien ten onrechte over een bepaalde straat, maar als we onbevooroordeeld handelen ten opzichte van alle straten, dan zullen we ons in nesten werken.
Stereotypen zijn niet per definitie onterecht of nutteloos. De kunst bestaat erin om, bijvoorbeeld, elke Nederlander met een open geest tegemoet te treden, maar er toch rekening mee te houden dat er een serieuze kans is dat hij niet erg vrijgevig zal zijn.
Strijd tegen stereotypen is dus een moeilijke evenwichtsoefening:
- enerzijds: fris kijken naar elk nieuw geval;
- anderzijds: de kijker de wapens (of referentiekaders) niet uit de handen slaan. We hebben immers referentiekaders nodig om te begrijpen en gepast te handelen.
Stereotypen kunnen zowel negatief als positief zijn:
- van jonge meisjes denkt men gemakkelijk dat ze lief en braaf zijn; dat is een positieve stereotype;
- van blonde sexy vrouwen zegt men dat ze dom zijn; dat is een negatieve stereotype.
