RoSa-documentatiecentrum
Beeldvorming van Arbeid

Terug naar de galerij

Persoonlijk:
Geboren op 5 januari 1942 in Wetteren.
Getrouwd in 1967 met Bert Struys en weduwe geworden in 2000. Heeft nieuwe relatie met Walter Zinzen.
Heeft drie zonen (1967 en tweeling in 1973) en vijf kleinkinderen.

Opleiding:
Grieks-Latijnse humaniora (1953-1959) Kandidaturen Geschiedenis (1960-1961) Diploma Logopediste (1961-1964) Diploma en Eerste Prijs Dramatische Kunst Koninklijk Conservatorium Gent (1962-1965) Producerexamen BRT (1972)

Eerste baan:
Medewerker bij de Vlaamse Opera Gent: gesproken rol in Dorp zonder klok

Loopbaan:
Logopediste in Rijksonderwijs (1964-1965)
Actrice in o.a. Midas en Fabian van Fallada (1966-1969)
Presentatrice, omroepster, actrice, regisseur, journaliste en producer BRT radio en televisie (1970-2002)
Producer jeugdprogramma's: o.a. Een vinger in de pap, Alles kits (1972-1975)
Producer wetenschappelijke programma's: o.a. Dokument, Kijk mensen, Oogappel, Alle Vijf en producer eigen programma's: Doe mee, Zal ik eens wat vragen dokter?, De draad van Ariadne (1975-2002)
Journaliste bij Panorama en Ter Zake (1995-2002)

Nu:
Boeken inlezen voor de blindenbibliotheek
Voorzitter van de Raad van Bestuur van de blindenbibliotheek
Regelmatig medewerkster bij de Koning Boudewijnstichting
Vrouwenproject Kisangani
Reizen

Kris Smet

“Ik heb nooit heimwee gehad naar mijn werk. Al die jaren daarvoor had ik het dus fout gehad, ik zou niet doodgaan van niet meer te werken.”

Als ik niet meer werk, ga ik dood

We waren met twee meisjes en een jongen thuis en het stond vast dat we alledrie zouden studeren en nadien uit werken zouden gaan. Daar heb ik in die periode nooit aan getwijfeld, of nooit bij stilgestaan. Vanaf het moment dat ik afgestudeerd was, ben ik in mijn banen ‘gerold’. Ik heb het gevoel dat ik er veel geluk mee heb gehad. Ik combineerde mijn studie voor logopediste met een opleiding in de dramatische kunsten aan het Conservatorium van Gent. Mijn allereerste baantje was bij de Vlaamse Opera in Gent. Daar had ik een gesproken rol in een operette, Dorp zonder klok. Ik kreeg 750 Belgische frank per avond en voelde me de rijkste mens ter wereld. Toch ben ik de eerste jaren beginnen werken als logopediste. Maar ik ben nadien uiteindelijk terechtgekomen in de theaterwereld.

Het begon allemaal met rollen in jeugdseries als Midas en Fabian van Fallada, maar daar bleef het niet bij. Door die eerste opdrachten was ik bekend bij de jonge kijkers. De jongens waren verliefd op me en de meisjes zagen me als een rolmodel. Net daarom ben ik bij de televisie met jeugdprogramma’s begonnen. De kinderen kenden me toch al! Ik presenteerde er het kinderuurtje, samen met Zaki en Nonkel Bob. Na een tijdje werd ik gevraagd om op de radio eerst het programma Avonddekor en later het vrouwenprogramma Krisse-krasjes te presenteren. Dat was allemaal heel fijn, en ik heb ervan genoten, maar ik wilde andere dingen doen dan alleen werken met en rond kinderen en vrouwen.

Op dat moment voelde ik duidelijk hoe alles in de televisiewereld anders liep voor vrouwen dan voor mannen. Een vrouwelijke collega had me al gewaarschuwd dat het nooit zou lukken, maar ik solliciteerde toch bij drie mannen om mee te werken aan programma’s over exacte wetenschappen. Zij vonden dat het niet kon en namen me niet aan. Het ergste was dat ik aan producerexamens had deelgenomen en was geslaagd! Ik was dus gekwalificeerd voor de baan. Daarvoor had ik als freelancer gewerkt, maar ik had een zoon en was zwanger van een tweeling. Het leek me toch beter om een vast contract te hebben. Dat was de reden waarom ik had meegedaan aan die producerexamens: eentje voor kinderprogramma’s en een voor exacte wetenschappen. Voor beide was ik glansrijk geslaagd. Maar toch hielp dat me niet, ik mocht maar een kant op en werd naar de jeugddienst gestuurd. Exacte wetenschappen, dat vonden die mannen geen vrouwendomein. Ze zeiden al lachend: ‘ga maar naar Paula Sémer, die is verantwoordelijk voor gezinswetenschappen’. En dat heb ik gedaan, ik stapte naar haar en zei haar dat ik alles kon. Zij heeft me twee maanden de tijd gegeven om als ‘culturele medewerkster’ te werken aan een documentaire over de zin en onzin van cosmetica en haar zo te tonen wie ik was en wat ik kon. En het is haar bevallen, want ik ben bij haar blijven werken. Zo ben ik me later dan toch gaan verdiepen in die exacte wetenschappen. Paula is op dat moment een hele goede steun voor me geweest.

Uiteindelijk heb ik er tijdens die enkele jaren bij de jeugddienst het beste van gemaakt. Ik heb mijn werk zeer graag gedaan. Met mijn productiewerk voor het programma Vinger in de pap heb ik emanciperend werk geleverd voor de kinderen en jongeren. In dat programma kregen kinderen tussen zeven en twaalf voor het eerst de kans om hun eigen zegje te doen en te vertellen waarmee ze bezig waren. Dat was uniek in Europa op dat moment. Ik wilde verder geen tuttige presentatrice, maar stond erop een sterke vrouw te laten presenteren en dat werd Lea Van Hoeymissen.

Ik heb wel altijd heel graag gewerkt. Ik dacht altijd dat ik dood zou gaan als ik niet meer zou werken wanneer ik op pensioen zou gaan. Maar toen gebeurden er allerlei dingen in mijn leven die me daar anders over deden denken. Mijn man is ernstig ziek geworden, en ik heb hem hier thuis palliatief verzorgd. Dat was een zware periode. In de jaren daarvoor had ik bovendien nog een groot conflict gehad met een van mijn bazen en dat was slecht afgelopen. Ik heb daar ontzettend onder geleden.

Ergens in het midden van de jaren negentig zou er een populair wetenschappelijk programma komen op de BRT. Niemand wilde daar echt aan werken, dus ik nam het aan, maar onder twee voorwaarden. Als het niet zou lukken, dan zouden we na een jaar stoppen met het programma. En als het wel zou lukken, dan zou een jongere collega het na een jaar van me overnemen. Dat waren mijn eisen en die werden op dat moment ook aanvaard. Het stond zelfs op papier. Uiteindelijk ben ik drie jaar hard aan dat programma, Alle Vijf, blijven werken. Ik zocht zelfs eigen sponsors om het budget aan te dikken. Maar toen was het echt genoeg voor me. Ik wilde ermee stoppen en verwees naar die eisen die op papier stonden. Mijn baas is toen zo kwaad geworden en er is een fenomenale ruzie ontstaan. En de grote BRT-baas kon of wilde er niets aan doen. Ik had toen echt het gevoel dat ik lijnrecht tegenover een mannenbastion stond. Ik ben toen enkele maanden op vakantie geweest en had gedreigd met een persconferentie als ik geen nieuwe taak zou krijgen binnen de BRT. Toen ik terugkwam, kon ik beginnen op de nieuwsdienst. Dat voelde als een stap achteruit: ik was van documentaires van 50 minuten naar stukken van 7 minuten naar nieuwsitems van 30 seconden gegaan. Maar ze hadden me een nieuwe baan bezorgd. Toch voelde het als een omgekeerde carrière. Ik ben ervan overtuigd dat een man dat nooit op die manier zou hebben meegemaakt.

De deur dichtgetrokken

Op een bepaald moment, in 2002, kregen we bij de – toen al – VRT de kans aangeboden om te stoppen met werken op zestig, maar aan dezelfde voorwaarden alsof je vijfenzestig was. Dat was voor mij het ideale moment om er een punt achter te zetten. Ik heb de deur achter me dichtgetrokken en heb er geen seconde spijt van gehad. Ik heb nooit heimwee gehad naar mijn werk. Al die jaren daarvoor had ik het dus fout gehad, ik zou niet doodgaan van niet meer te werken. Het voelde zelfs goed.

Toen ik op pensioen ging, kwam de Vlaamse pers naar me toe. Ik ben altijd heel positief geweest en heb niets gezegd over wat me was overkomen, over die ruzie. Mijn collega’s zeiden me dat ze dat opmerkelijk hadden gevonden. Maar ik heb dan ook, ondanks die paar dingen, veel kansen gekregen tijdens mijn loopbaan. Alles wat in mijn hoofd opkwam, heb ik gewoon gedaan. En dat is toch geweldig!

Nu heb ik veel tijd voor andere dingen en die bevallen me minstens even goed. Mijn vriend Walter en ik reizen heel veel en graag. We maken twee keer per jaar een reis van een maand, vaak naar Afrika. We zijn net terug uit Vietnam. En voor de rest van het jaar zijn we elke maand wel minstens een week weg. We hebben ook veel tijd voor vrienden en familie en ik ben bezig met vrijwilligerswerk. Ik lees nu een dag per week boeken in voor de blindenbibliotheek. Dat vind ik belangrijk werk, want het moet verschrikkelijk zijn als je niet meer kunt lezen! Ik hoop dat me dat nooit overkomt.

Walter gaat vaak naar Congo, en toen ik voor de eerste keer meeging, ontmoette ik de vrouwen van de professoren van de universiteit van Kisangani. Ze hebben me meegenomen en hebben me hun dagelijkse leven getoond en dat van andere vrouwen daar. Ik heb zoveel miserie gezien en gruwelijke dingen gehoord en wilde daar iets aan doen. Daarom ben ik zelf geld beginnen inzamelen in mijn omgeving voor de vrouwen daar. We zijn beginnen werken met microkredieten. In sommige gevallen is dat misgelopen, omdat bepaalde vrouwen ermee gingen lopen, of alles in het rouwproces rond een dode staken bijvoorbeeld. Maar enkele vrouwen zijn wel geslaagd. Zo is er een breischool opgericht en een bedrijfje voor doodskisten. Momenteel knappen de vrouwen de refter van de Universiteit weer op. Binnenkort opent die en dat is weer een geweldige zaak.

Lees verder...

over deze site | site map | contacteer ons | ©2006-2008 RoSa documentatiecentrum