“ Er wordt maatschappelijk te weinig nagedacht over zinvolle arbeid, alles draait om winst maken ” Eigenlijk ben ik behoorlijk ontevreden over de huidige beleidsmaatregelen die zogenaamd moeten zorgen voor meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De combinatie tussen arbeid en privéleven is niet vanzelfsprekend. Er zijn maatregelen zoals ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking en tijdskrediet beschikbaar voor mannen en vrouwen. Toch zien we dat in negentig procent van de gevallen vrouwen thuisblijven voor kinderen of hulpbehoevende ouders. Zelfde verhaal voor de lofzang op het deeltijds werk. In de jaren zeventig hebben we gestreden tegen het naar voor schuiven van deeltijdse arbeid als oplossing van het probleem. Nu wordt het aangepraat en gepromoot door financiële premies. Zelfs huidige minister voor Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt promoot het deeltijds werk. Men doet alsof het de oplossing is, terwijl het niet gunstig is voor de positie van vrouwen.
Vrouwen moeten gaan werken én voor de kinderen zorgen want het is niet evident om met één gemiddeld inkomen rond te komen. Vrouwen willen natuurlijk ook niet zomaar thuisblijven. De maatregelen om werk en gezin beter te combineren zijn voor iedereen toegankelijk maar toch zijn het bijna uitsluitend vrouwen die gebruik maken van tijdskrediet, loopbaanonderbreking en ouderschapsverlof. Zo laten ze promotiekansen liggen. De maatregelen werken dus rolbevestigend. Niet alle vrouwen hebben ambitie maar voor diegenen die willen opklimmen, is deze situatie nadelig. Deeltijds werken levert een deeltijds inkomen op, en werkt dus opnieuw financiële afhankelijkheid van een kostwinner in de hand. Terwijl de sleutel tot emancipatie precies financiële onafhankelijkheid is! Daar hebben we zolang voor gestreden en nu wordt de klok weer voor een stuk teruggedraaid.
De maatregelen die het beleid nu neemt, hebben precies het omgekeerde effect dan hun oorspronkelijk doel. We willen niet dat vrouwen tweederangsverdieners, tweederangsburgers worden met minderwaardige pensioenen. Veel alleenstaande vrouwen met kinderen kunnen bovendien geen gebruik maken van deze elitaire maatregelen voor tweeverdieners. Natuurlijk trouwt niemand met de intentie om ooit te scheiden maar toch komt dat in de praktijk heel vaak voor. En het zijn de vrouwen die hun carrière opgeven of vertragen en die hiervoor de rekening gepresenteerd krijgen. Veel vrouwen realiseren zich pas achteraf wat heb ik gedaan?
De tendens naar meer flexibilisering geldt in het hele tewerkstellingsbeleid, dat geschreven is op maat van de werkgever. Het lijkt alsof onze vrijheden toenemen maar het tegendeel is waar. We moeten flexibeler zijn, altijd beschikbaar en inzetbaar. Maar we werken meer en meer met korte contracten en een gebrek aan werkzekerheid. Dit beleid treft eerst zwakkeren, vrouwen en allochtonen. Vrouwen werken ook vaker in de zwakke sectoren zoals de zorg en het onderwijs. Het zijn vrouwen die de grootste prijs zullen betalen voor dit conservatief beleid.
Op de Vrouwendag in 1977 schaarden alle vrouwen zich als één front achter de eis voor collectieve arbeidsduurvermindering. Terwijl in de realiteit de werkweek is verlengd, net als de werkgever wil. We ijverden voor een 35-uren werkweek voor iedereen –mannen en vrouwen- en droomden van een toekomst met werkdagen van vier uur. Collectieve arbeidsduurvermindering is zeker niet dé enige oplossing, maar wel een manier om de combinatie arbeid/gezin leefbaarder te maken.
Er wordt maatschappelijk te weinig nagedacht over zinvolle arbeid, alles draait om winst maken. Voor wie werken we? Wat is onze drijfveer? Wat is zinvolle arbeid en hoe kunnen we die stimuleren? Er is nog steeds veel werkloosheid, hoe kunnen we de arbeid herverdelen? Waarom is er ondanks de vergrijzing zo weinig aandacht voor de zorgsector? Waarom hebben we zo weinig oog voor onze reële behoeften? Waarom investeren we niet meer in zorg en onderwijs in plaats van de industriële productie? Die vragen komen te weinig aan bod. We hebben dat via het VOK altijd blijven aankaarten, maar het lijkt soms alsof we staan roepen in de woestijn.
Men doet alsof iedere vrouw vrij keuzes kan maken maar dat is niet zo. Vrouwen staan nog steeds onder druk om de hoofdverantwoordelijkheid voor de kinderen op zich te nemen. Kinderopvang is altijd een belangrijke eis van de feministen geweest en het tekort is vandaag nog altijd duidelijk. Vrouwen moeten nog altijd leuren met hun kinderen, in elke crèche zijn er lange wachtlijsten. De overheid moet ingrijpen. Je kan niet altijd terugvallen op de grootmoeder. Ik ben zelf oma, maar ik kan onmogelijk alle dagen klaarstaan om op de kleintjes te passen.
In mijn tijd was het niet evident om naar de universiteit te gaan. Dat kostte geld en niet iedereen kreeg die kans. Dat ik mocht gaan studeren, beschouwde ik als gunst. Mijn moeder was huisvrouw, zij heeft nooit de kans gehad om te studeren en heeft mijn zus en mij altijd gestimuleerd. Ze wilde dat wij nooit onze hand zouden moeten ophouden om geld te krijgen van onze echtgenoten. Door te studeren moesten we het materieel beter krijgen.
Het was dan ook vanzelfsprekend om na mijn studies te gaan werken. Daar heb ik nooit over nagedacht. Ik wilde mij nuttig maken in de maatschappij en meer doen dan ’s avonds een lekkere maaltijd op tafel serveren aan mijn echtgenoot. Ik wilde op mijn eigen benen staan en mijn steentje bijdragen aan een betere wereld. Dat heb ik zowel proberen doen in mijn job als lerares als in mijn werk voor de vrouwenbeweging. Maatregelen zoals tijdskrediet, ouderschapsverlof of loopbaanonderbreking bestonden simpelweg niet. Ik was aangewezen op individuele oplossingen. Ik had het geluk dat ik alle schoolvakanties thuis was en ik kon ook op mijn moeder rekenen als één van de kinderen ziek was, of als ik opvang nodig had buiten de schooluren. Omdat ik een goed inkomen had, kon ik ook regelmatig een babysit betalen.
Een mens moet keuzes maken, er zijn maar 24 uur in een dag. Ik heb gekozen om mij in te zetten voor mijn engagement. Daar heb ik een groot deel van mijn vrije tijd in gestoken. Maar vandaag ben ik bezig met een inhaalbeweging. Alles wat heeft moeten wijken voor mijn activiteiten, krijgt vandaag eindelijk meer aandacht. Mijn belangstelling voor literatuur bijvoorbeeld. Ik verslind opnieuw boeken. Mijn kleinkinderen blijven ook niet klein. Over tien jaar zijn ze volwassen en dan hebben ze mij niet meer nodig. Ik maak meer tijd voor vrienden en familie.
Mijn kinderen hebben altijd gezien dat hun moeder het druk had. Dat ze soms met rust gelaten wilde worden en dat ze er niet altijd voor hen was. Ze zijn daarmee opgegroeid en ik zie dat ze dit principe nu ook toepassen in hun eigen gezin. Dus zo’n slecht voorbeeld zal ik niet gegeven hebben.
Toch blijf je als vrouw altijd met een schuldgevoel zitten. Dat zit zo ingebakken, het gevoel dat je als moeder tekort schiet wanneer je er niet altijd bent. Ik heb me vaak afgevraagd of ik het wel goed deed. Of ik me niet meer had moeten inzetten voor mijn kinderen Elk meisje, ook vandaag, kent het beeld dat een goede vrouw zich wegcijfert voor haar gezin. Hoe rationeel je over die conditionering nadenkt, het blijft knagen. De maatschappelijke druk om supervrouw te zijn is enorm. Alles moet piekfijn in orde zijn. Het huis moet netjes zijn, je moet veel verse groeten op tafel brengen, de kinderen moeten netjes aangekleed zijn. Weinig vrouwen kunnen dat fysiek en psychologisch aan. Het is niet gemakkelijk om alle rollen tegelijk met evenveel verve te vervullen. Om tegelijk een goede moeder, huisvrouw, partner en carrièrevrouw te zijn. Toch is dat nog steeds wat er van jonge vrouwen verwacht wordt. Vrouwen hebben het moeilijk om een van die rollen los te laten. Ze willen hun kinderen niet de dupe laten worden van hun persoonlijke ambities. We blijven schipperen om alles goed te doen.
Interview: Jana Wuyts