RoSa-documentatiecentrum
Beeldvorming van Arbeid
Terug naar de galerij
Terug naar de galerij

Persoonlijk:
Geboren op 9 april 1925 in Antwerpen.
Getrouwd in 1949 en weduwe geworden in 1991. Heeft een zoon (1950), een schoondochter (1954) en een kleinzoon (1982)

Opleiding:
Diploma Stedelijke Normaalschool Antwerpen (1944)
Begonnen met Conservatorium toneel, dictie en declamatie (1949) en Regentaat, maar niet afgemaakt.
Heeft steeds cursussen gevolgd, zoals bijvoorbeeld Engelse literatuur, een Engelse vervolmakingscursus en Scenarioschrijven.

Eerste baan:
Bediende op de rantsoeneringsdienst in de Stadsfeestzaal in Antwerpen (1944)

Loopbaan:
Bediende bij Nationaal Werk Oorlogsinvaliden (1944)
Presentatrice en actrice radioluisterspelen bij het NIR (1944-1958)
Actricewerk
Presentatrice en omroepster bij de televisie vanaf 31 oktober 1953 (1953-1958)
Producer bij NIR (later BRT) (1958-1990)
Productieleider dienst Wetenschappen BRT (1989-1990)
Pensioen BRT (1990)
Auteur van Leven met borstkanker (1984, in samenwerking met dokter Jaak Janssens), Goeden avond dames en heren (1991) en artikels en columns
Actrice in televisieseries zoals Commissaris Roos en Thuis
Senator voor SP (1995-1999)

Nu:
Werkt aan nieuw boek over de oorlog.
Lid van beheerraad van Televisieacademie
Lid van beheerraad van Pro Lege, vereniging van gewezen Kamerleden en Senatoren
Lid van Algemene Vergadering Vereniging van Bezoekers aan Verzorgingsinstellingen (VBV)

Paula Sémer

“Huisje, boompje, tuintje alleen was niets voor mij. Zonder mijn werk zou ik een slechte echtgenote en moeder zijn geweest.”

Glamoureuze tijd

Mijn eerste baan was helemaal niet glamoureus, integendeel. Ik kwam net uit de normaalschool en het was 1944, nog oorlogstijd. We hadden enkele maanden onzekerheid achter de rug en wisten niet of we onze examens konden afleggen. Nadat dat eindelijk was gebeurd en ik mijn diploma had behaald, deelde ik een tijdje bonnen uit op de rantsoeneringsdienst in de stadsfeestzaal. Het was echt geen baan voor mij, ik nam het dan ook helemaal niet zo nauw met de regels en deelde wel eens meer zeep- of kolenbonnen uit dan mocht. Ik kon er niets aan doen, als ik een arm vrouwtje hoorde klagen dan gaf ik haar gewoon meer bonnen dan mocht. Die baan heb ik dan ook niet lang gehouden.

In dezelfde periode begon ik educatieve animatiefilmpjes in te lezen voor kinderen en jongeren. Toen werd ik ontdekt door Karel Albert van het Nationaal Belgische Instituut voor de Radio-Omroep (NIR). Hij zat met zijn dochtertje naar zo’n animatiefilmpje te kijken en had mijn stem opgemerkt. Na de oorlog ging het NIR weer op antenne en werden er mensen gezocht. Hij bood me een contract aan om het programma De wereld der muziek te presenteren, elke twee weken. Daar kreeg ik per keer 250 Belgische Frank voor! Ik herinner me die eerste uitzending nog zeer goed. We woonden in Antwerpen en mijn vader weigerde om me alleen naar Brussel te laten gaan. Het treintraject was te gevaarlijk, onder andere door de vliegende bommen. Daarom ging mijn moeder mee. Ik was heel zenuwachtig, maar ik stotterde geen enkele keer en deed het uitstekend.

Ik bleef enkele jaren voor de radio werken als presentatrice en actrice in het jeugd- en vrouwenuur en in de luisterspelen. Op de eerste televisieavond, 31 oktober 1953, speelde ik de vrouwelijke hoofdrol in de komedie Drie dozijn rode rozen. Toen is mijn televisiecarrière echt van start gegaan. Het verliep niet allemaal van een leien dakje. Ik mocht het kinderuurtje presenteren omdat ik ‘zo’n mooie glimlach’ had en werd televisie actrice omdat ik ‘een rijzige gestalte’ had. Ik kon mijn oren niet geloven en was helemaal niet zo tuk op die opdrachten.

Die periode als omroepster beschouwde ik niet als werken. ’s Avonds moest ik vaak lang wachten om dan maar een paar woorden te zeggen. Mijn kapsel moest onberispelijk zitten en ik moest worden geschminkt. Het vroeg veel tijd, maar werken vond ik het niet. Maar je kunt het ook niet meteen oppervlakkig noemen. Het vroeg veel taalvaardigheid en improvisatievermogen. De televisie stond in haar kinderschoenen en er gebeurden heel wat onverwachte dingen: dan moest je je koelbloedigheid bewaren, want de omroepster moest soms heel wat redden. Zo kwam de schrijfster Annie M.G. Schmidt op een bepaald moment binnengewandeld, maar er was geen journalist of reporter in de buurt. Dus toen werden er twee stoelen klaargezet en zij en ik werden de ether in gestuurd. Ik mocht haar interviewen en werd even reporter Semer. Zulke dingen gebeurden. Ik werd bekend, ze noemden me de ‘leading lady’ en ‘de vlag van het NIR’. Daarom kreeg ik ook zoveel toetjes. Ik heb bijvoorbeeld nog steeds goede herinneringen aan de jaren waarin ik de voorlopers van het Eurovisiesongfestival mocht presenteren vanuit Italië. ‘Van ons mag je elke avond op televisie komen’, zeiden mijn bazen. Ze zeiden het niet hardop, maar ze bedoelden eigenlijk dat ik datgene moest blijven doen waarin ik had bewezen zo goed te zijn.

En die erkenning was natuurlijk fijn, maar op hetzelfde moment ook enorm frustrerend. Want ik wilde inhoud! De mannen om me heen kregen dat, ik niet. Ik was de glamoureuze omroepster en presentatrice. Maar ik wilde echt werken! Vanaf 1958 begon ik ook producerswerk voor mijn rekening te nemen. Ik zorgde voor de vrouwenuitzendingen en paste die in de loop van de jaren grondig aan. Ze werden serieuzer, de verkleinwoordjes verdwenen en we spraken onze kijkers niet langer aan met ‘dames’. Ik producete programma’s zoals Penelope, Alledag, Het gelukkige gezin, Kijk mensen en Kijk en kook.

Op dat ogenblik vond ik het ongelooflijk onrechtvaardig dat er regularisatie-examens werden uitgeschreven voor mannen, maar niet voor vrouwen. De mannen werden op die manier erkend in hun functie, de vrouwen niet. Ik wilde het bureau, de erkenning en hetzelfde loon voor het werk dat ik deed. Daar heb ik herhaaldelijk om gevraagd, maar ik heb het lange tijd niet gekregen. Pas na de onafhankelijkheid van Congo in de jaren zestig werd er een openbaar examen gehouden voor de kaderleden die terug naar België kwamen. Toen konden ze me niet meer tegenhouden. Ik heb meegedaan en ben daar glansrijk door gekomen. Bovendien had ik voor die examenopdracht een verhandeling over een mannelijk onderwerp geschreven. Dat was zo’n triomf! Isa Liebaerts, een journaliste die in mijn jury zat, deelde dat gevoel. Hoewel ik in de jaren daarvoor al een bureau ter beschikking had gekregen, het gelijke loon volgde toen pas. Naast mijn eerste optreden, als negentienjarig meisje, was dat examen een van de glorierijkste momenten uit mijn carrière. We waren trouwens niet met veel vrouwen op de BRT, maar toen er later regularisatieproeven voor iedereen werden uitgeschreven, kwamen alle vrouwen er zeer goed uit.

In 1990 heb ik afscheid genomen van de BRT. Van 1989 tot dat moment was ik aangesteld als productieleider van de dienst wetenschappen. Het heeft maar een jaar geduurd, maar het voelde ook alsof het tijd was om te stoppen. Ik heb een prachtig afscheidsfeest gekregen en mijn collega’s, onder wie Kris Smet, hadden een lijst gemaakt met alle programma’s waaraan ik had meegewerkt. Ik denk dat je wel kunt zeggen dat er geen programma is geweest in die periode waarmee ik niets te maken had. Zelfs in het journaal hield Martine Tanghe een babbel met me en daarna riep ik nog eens een hele avond om in het gezelschap van de toenmalige omroeper Paul Codde. Ambitieus ben ik nooit echt geweest, maar ik heb veel gedaan en bereikt. Ik heb programma’s gemaakt die hoge scores haalden in Humo’s Pop Poll, ik heb delicate onderwerpen aangebracht en dat deed ik altijd met veel plezier en overtuiging.

Lees verder...

over deze site | site map | contacteer ons | ©2006-2008 RoSa documentatiecentrum