“Als een vrouw minister wordt, vraagt men altijd hoe ze dat combineert met haar gezin. Aan een man vraagt men dat nooit.” In januari 1995 ben ik burgemeester van Antwerpen geworden. Toen werkte ik dag en nacht. Niet alleen moest ik voortdurend vergaderen, men kon mij als hoofd van de politie ook altijd oproepen. Ik stond altijd ter beschikking van de bevolking. Als burgemeester sta je veel dichter bij de mensen dan als parlementslid. Ik ben burgemeester gebleven tot mijn pensioen in 2003, dat ik heb aangevraagd in de nasleep van de visa-crisis. De manier waarop ik afstand heb gedaan van mijn carrière, stoot me voor de borst. Niemand vindt het fijn om op te stappen voor iets waar je zelf niet rechtstreeks deel van uitmaakt. Het ergste vond ik dat ik op een leeftijd was dat ik geen politieke comeback meer kon maken. In tegenstelling tot anderen. Het afscheid voelde wrang.
Langs de andere kant heb ik altijd gezegd dat ik op mijn 65 ste wilde stoppen. Het heeft geen zin om tot je zeventigste vast te houden aan een mandaat. Terwijl dat voor een man niet zo vreemd is, maar bij een vrouw wordt leeftijd anders gepercipieerd. Alsof ik na mijn zestigste maar beter met mijn kleinkinderen zou bezig zijn, zo leek men te laten verstaan. Het is jammer dat mijn vertrek uit de politiek zo is moeten gebeuren. Maar ik heb nooit schoonmoeder willen spelen of mijn opvolgers willen vertellen hoe ze het moeten aanpakken. Dat zou ik zelf ook niet gewild hebben. In mijn carrière heb ik geleerd om wat voorbij is achter me te laten.
Ik heb geen zwarte gaten gezien. Ik vreesde dat dat wel zou gebeuren. Na mijn opstap als burgemeester heb ik nog even in de gemeenteraad gezeteld. Ik vreesde toen wel dat alles heel erg zou veranderen en dat ik niets meer om handen zou hebben. Maar dat bleek ongegrond. Sinds mijn pensioen ben ik voorzitter van seniorenbeweging S-Plus, het Ballet van Vlaanderen, Actua van de Universiteit Antwerpen en internationaal voorzitter van Ciriec, een studie-en informatiecentrumvoor gemeenschapseconomie en sociale economie. Ik ben dus nog steeds actief bezig en ga van stad naar stad. Ik ben van plan dit nog even te blijven doen. Gisteren ben ik in Brussel geweest, ik kom net van Gent en morgen ga ik naar Luik. Maar ik doe alleen zaken die ik graag doe. Dat wil niet zeggen dat deze verantwoordelijkheden geen inspanning vragen. Dankzij mijn ervaring binnen regering en partij weet ik wat realistisch en haalbaar is om als vereniging te verwezenlijken.
Ik heb minder zin om compromissen te sluiten maar ik ben wel diplomatischer geworden en ik relativeer meer. Soms zwijg ik omwille van de lieve vrede. Zodat we geen twee jaar verliezen door over iets te discussiëren. Ik ben zeker geduldiger geworden. De stress is weg. Ik heb de moord op Achrak meegemaakt, de visa-affaire, de Witte Mars. Als burgemeester kende ik continu een soort stress, ik verkeerde in staat van voortdurende waakzaamheid. Dat valt helemaal weg. Het is een opluchting maar anderzijds blijf ik een sterke behoefte hebben aan adrenaline. Toen ik stopte met politiek moest ik echt afkicken. Dat heb ik gedaan op verschillende manieren. Door een overlevingstocht in Afrika, door een boek te schrijven over de crisis die leidde tot mijn ontslag. Ik heb ook met de computer leren werken. Als burgemeester of minister kon ik delegeren, maar nu moet ik dat wel zelf doen (lacht). Ik wil er mij nog meer in verdiepen en ik wil graag Spaans leren om mijn plan te trekken op internationale congressen.
Ik ben tevreden met de carrière die ik had. Ik had een heel andere richting kunnen uitgaan. Toch denk ik dat – ondanks alle problemen - politiek de juiste keuze voor mij was. Het is een microbe. Je kan maar iets veranderen door aan politiek te doen. Als je erbuiten staat, kan je enkel toekijken en roepen dat alles misloopt. Ik vind het belangrijk om mijn steen bij te dragen en de samenleving mee vorm te geven.
Politici houden vandaag meer rekening met de media. De vierde macht is een grotere rol gaan spelen. Partijen zijn heel erg bezig met de publieke opinie: hoe gaat men daarop reageren? Het draait meer om hoe iets overkomt, dan om het eigenlijke werk. Toch bekijk ik dat niet negatief. We leven simpelweg in een andere maatschappij. Je moet mee evolueren, ik ben daar heel realistisch in.
Op mijn sokken heb ik toch een aantal dingen kunnen veranderen. Ik ben vooral trots op de verwezenlijkingen rond het statuut van de natuurlijke kinderen. We hebben ervoor gezorgd dat een ongehuwde moeder niet langer haar eigen kind moet erkennen en vervolgens adopteren. Vanuit mijn eigen ervaring kan ik zeggen dat die praktijk schrijnend was, en ik ben blij dat moeders in de toekomst daarvoor behoed zijn. Ook het werk dat ik heb verricht rond zwangerschapsonderbreking en aidsproblematiek hebben mij veel voldoening gegeven. En als burgemeester heb ik een aantal zaken kunnen realiseren voor mijn stad -de verandering van de binnenstad, de aanpak van de samenlevingsproblemen, het bestrijden van prostitutie die in handen van de criminaliteit was. Ik putte veel positieve energie uit het contact met de bevolking.
Gelukkig zijn er vandaag meer vrouwen in de politiek. Partijen hebben vrouwen ook nodig op hun lijst en geven hen daarom meer toegang. Wij waren vroeger in de minderheid en moesten tegen de schenen schoppen en ons verdedigen. Vandaag denken vrouwen makkelijk dat alles in orde is. Dat er niets meer moet veranderen. Tot er een incident gebeurt en ze wakker schrikken. Jongere politica denken dat ze minder nood hebben aan de vrouwenbeweging. Ze denken dat er niet veel verschillen meer zijn tussen mannen en vrouwen. Maar de cijfers leren ons het tegendeel. Ik kan enkel als raad geven om waakzaam te zijn. Elke generatie moet het toch weer zelf ondervinden.
Interview: Jana Wuyts