RoSa-documentatiecentrum
Beeldvorming van Arbeid

Terug naar de galerij

“Als vrouwen een economisch sterke groep vormen, zal ook de beeldvorming veranderen.”


Stoppen was een klap

Stoppen met werken was een klap voor me. Het is een harde confrontatie met je sterfelijkheid. Je hoort nu bij een groep met wie je je nooit hebt geassocieerd: oude mensen die met een stok lopen en een hoorapparaat hebben.

Ik heb een tijd gerouwd en was depressief. Ik leefde in een leegte en trachtte die te vullen met lezen. Ik had er zo naar uitgekeken om te kunnen lezen zoveel ik wilde en wat ik wilde. Het maakte me niet gelukkig. Maar stilaan ontstaan er nieuwe structuren. En ik hoor nu bij de gepensioneerden die nooit tijd hebben. Ik vertaal, ben lid van het vertaalcollectief Passa Porta, reis vaak naar Stockholm, schrijf inleidingen en bijdragen, studeer, verleen hand- en spandiensten aan mijn oud-collega’s, ga op stap met vrienden en kennissen.

Als je naar de hoogtepunten in mijn beroepsleven vraagt, kan ik er vele noemen. De samenwerking met Brigitte Raskin bijvoorbeeld. Wij hebben, in het kader van de Anna Bijnsstichting, twee boeken samengesteld over Vlaamse schrijfsters. We werkten in een bijzonder gezellige atmosfeer in haar huisje in het Begijnhof te Leuven. Brigitte is een schitterende redacteur. Ik heb veel van haar geleerd.

Een tiental jaar geleden heb ik het “premium” van het Zweedse Fonds voor de Letteren gekregen. Dat is een beloning voor het verspreiden van Zweedse literatuur en cultuur in het buitenland. De prijs werd uitgereikt op de Ambassade van Zweden in Brussel, omkaderd door een literair programma. Prachtig. Mijn goede vriend, Per Holmer, Zweeds schrijver, vertaler en Nijhoffprijs-winnaar, was conferencier. Hij deed dat schitterend. Dichters die wij vertaald hadden, kwamen de boel opluisteren, Benno Barnard, Eddy van Vliet, Miriam Van hee, Eva Runefelt. Ook Gunilla Boëthius – van wie ik een kinderboek had vertaald - was er. Ik voelde me vereerd en geëerd. En ik vond het zo leuk om te zien hoe trots mijn nichtje op mij was.

Ook aan de colleges Vrouwenstudies die ik aan de Universiteit van Amsterdam heb gegeven bewaar ik mooie herinneringen. Vooral aan de eerste reeksen, toen het feminisme nog volop leefde in Amsterdam. De studenten waren heel enthousiast. Ze hadden er zelf voor geijverd om die colleges te krijgen. Ze kwamen allemaal vooraan zitten, glommen van belangstelling en er was voortdurend discussie. Ik denk er nog vaak met plezier aan terug.

Workaholic

Ik heb geen kinderen, en dat maakte bepaalde beslissingen mogelijk. Naar de universiteit gaan en je vaste baan opzeggen bijvoorbeeld. Twee jaar in Uppsala studeren. Drie jaar in Berlijn verblijven. Ik was een workaholic en werkte bijna dag en nacht. In mijn korte huwelijk en mijn lange, chaotische relatie was dat niet echt een probleem. Er zijn natuurlijk altijd rituelen die toch een band scheppen, de gezamenlijke avondmaaltijd bijvoorbeeld. Ik hield er van om als stel samen iets te ondernemen, maar van het klassieke gezin houd ik helemaal niet. Het heilige gezin. Ik vind dat benauwend. Als workaholic ben je gewoon egoïstisch. Je doet wat je graag doet en houdt weinig rekening met anderen.

Een land waar vrouwen willen wonen?

In het feministische discours gaat het vaak over het te kleine aantal vrouwen in hoge functies. Maar dat is niet essentieel. Vrouwen hebben andere problemen die veel prangender zijn. Veel vrouwen hebben het moeilijk in hun dagelijkse bestaan. Verdienen weinig, leven soms in armoede, moeten op hun eentje hun kinderen opvoeden. Krijgen geen respect. Worden vaak geconfronteerd met geweld. In Zweden alleen al zijn er dit jaar al negenenzestig vrouwen vermoord. Op een Franse televisiezender hoorde ik dat er om de drie dagen een vrouw omkomt bij huiselijk geweld. En dan hebben we enkel maar over het Westen.

Over het algemeen is de positie van de vrouw slechter in België dan in Scandinavië. De mentaliteit is hier gewoon nog vrouw-onvriendelijk. Miet Smet heeft grote inspanningen gedaan, maar België is nog steeds patriarchaal. Het is niet een land waar vrouwen willen wonen.

Natuurlijk is er veel veranderd in de loop der jaren. Maar sommige veranderingen hebben ook hun nadelen. Zo zitten vrouwen nu soms in systemen waarin ze nachtarbeid moeten doen. En ja, je zegt het zelf, soms worden beschermende wetten, in naam van de gelijkheid, afgeschaft. Tot groot verdriet van die vrouwen.

Krantenredacties zijn nu niet meer uitsluitend het domein van mannen. Maar vrouwelijke journalisten kunnen soms denigrerend schrijven over vrouwen, vooral over zogenaamde carrièrevrouwen. Zij hebben dan bronnen geraadpleegd van misogyne mannen en geen filter gebruikt. Ik denk soms dat je beter met een man te maken kunt te hebben dan met een vrouw die niet ten minste een beetje feministisch bewustzijn heeft. Zij legitimeert immers de negatieve opvattingen over vrouwen.

Wat ook is veranderd, is de manier waarop vrouwen, vooral jonge vrouwen, zich gedragen. Ze zijn assertiever. Staan op hun strepen. Goed zo!

Meer loon!

Er moeten nog veel concrete maatregelen getroffen worden. Zo moet er onder andere langer moederschapsverlof of ouderschapsverlof komen. In Zweden is dat momenteel een jaar, waarvan de vader verplicht een deel moet opnemen. Maar ik denk, marxistisch geïnspireerd, dat er op economisch gebied gewerkt moet worden. Vrouwen moeten om te beginnen evenveel verdienen als mannen. En daar waar ze een meerwaarde leveren, moeten ze ook meer betaald worden. Ik stel voor dat ze meer gaan verdienen dan de mannen. Het klinkt absurd en is vrij idealistisch. Maar je leest toch geregeld dat vrouwen zich meer in hun werk engageren dan mannen. En dat bedrijven met een vrouw aan het hoofd rendabeler zijn. Dat opent toch perspectieven .... Als vrouwen een economisch sterke groep vormen, zal ook de beeldvorming veranderen. Daar ligt nog veel werk te wachten.

Interview: Saskia Martens en Magda Michielsens

over deze site | site map | contacteer ons | ©2006-2008 RoSa documentatiecentrum