RoSa-documentatiecentrum
Beeldvorming van Arbeid

Terug naar de galerij

Persoonlijk:
Geboren op 16 februari 1944 in Antwerpen
Gehuwd, geen kinderen.

Opleiding:
Lagere school in het Antwerps stadsonderwijs
Koninklijk Atheneum Hoboken, latijn-wiskunde
Licentiaat moraalwetenschap, Rijksuniversiteit Gent (1968)
Doctor in de moraalwetenschap, Rijksuniversiteit Gent (1973)

Eerste baan:
lerares zedenleer, Koninklijk Atheneum Berchem

Loopbaan:
lerares zedenleer 1968-1969
navorser bij het NFWO van 1969 tot 1977
docente HISKWA (Arbeidershogeschool) 1977 tot 1980
docente Katholieke Universiteit Nijmegen 1980 tot 2001
directeur Steunpunt Gelijkekansenbeleid van 2001 tot 2004
professor vrouwenstudies (deeltijds) 1994 tot 2007 aan de Universiteit Antwerpen (aanvankelijk Universitaire Instelling Antwerpen) Nu:
gepensioneerd en zelfstandig onderzoekster (http://www.moh.be)

Magda Michielsens

Als ik mijn personalia zo op een rijtje zie dan wil ik daar enkele opmerkingen bij maken

  • De instellingen zijn ondertussen allemaal van naam veranderd. Dat moet blijkbaar tegenwoordig. Ik vind dat jammer, en ik snap ook niet waarom het nodig is. Waarschijnlijk zullen reclamemensen daar een antwoord op hebben. Men heeft wellicht de pompeuse namen willen veranderen, maar het gaat in tegen mijn gevoel voor tradities, voor de continuïteit van instellingen.
  • Dat mijn lagere school gemengd was, toen, van 1950 tot 1956, heeft zeker een grote invloed op mij gehad. Dat het een stadsschool was (geen katholieke school dus) is ook heel bijzonder. Het Antwerps stadsonderwijs van toen was echt een fenomeen. Mathilde Schroyens was toen schepen van onderwijs. Het was uiteraard zeer bijzonder dat in zo’n grote stad toen, een vrouw schepen van onderwijs was. Ik voel mij echt een resultaat van de inspanningen van die vrouw. Zij was net zo oud als mijn moeder (geboren in 1912).
  • Het Antwerps Stadsonderwijs gaf in mijn jeugd echter meer dan ik van mijn ouders mocht aanpakken. Er waren allerlei dingen gratis, en ik mocht daar niets mee te maken hebben. Het was kort na de oorlog en mijn ouders vonden dat gevaarlijk: van gratis en cadeaus, geschonken door de overheid of door een politieke partij, komt zoiets als nationaal-socialisme. ‘Zo is het begonnen’ … zo leerden zij mij. Veel meer politieke lessen heb ik thuis niet gehad, maar dat was voor mijn ouders heel belangrijk. Niets aanpakken, en je niet laten omkopen. Niet door de kerk en zeker niet door de politiek of de overheid.
  • Ik denk met plezier terug aan de jaren 50. Voor mij zijn ze doordrongen met wederopbouw en emancipatie. Overal in Antwerpen werd gebouwd, dat zag je in de straten, waar de puinen van de bombardementen verdwenen. Dat was symbolisch voor de hele sfeer om mij heen toen: opnieuw beginnen, beter doen, je best doen, vooruitgang, niet zeuren, nu kan het, armoede is te vermijden. Er was heel weinig geld, maar daar was toch veel mee te doen. Ik had geen goed beeld van wat je allemaal kon worden in de wereld, maar wel dat het voor meisjes en jongens gelijk was.
  • Ik ging in 1962 naar het atheneum, volgde uiteraard zedenleer, en zat weer met jongens in de klas. Co-educatie was toen nog een onderwerp voor discussie, maar ik heb nooit anders gekend. Van het katholieke Vlaanderen en van meisjesonderwijs heb ik dus aan den lijve niets ondervonden.
  • Ondanks de emancipatorische geest van het Antwerps stadsonderwijs, en ondanks mijn uitstekende testresultaten had het PMS (als dat tenminste toen al zo heette) mijn ouders aangeraden om mij naar de moderne afdeling te sturen. Wel naar het atheneum. Ik heb dus niet meegemaakt dat men van mening was dat meisjes niet moesten studeren. Misschien hadden ze wel ‘moderne’ gezegd, juist omdat ik zo goed was in wiskunde en wetenschappen, dat weet ik niet. In alle geval ben ik op het nippertje aan de moderne ontsnapt, door een toevallige verontwaardiging van een kennis van mijn ouders, en heb ik, zeer tot mijn genoegen, latijn-wiskunde gedaan. Ik ben daar al heel mijn leven blij om.
  • Toen ik eventjes les gaf op het atheneum van Berchem (pas afgestudeerd, 24 jaar) was de school zelf nog niet gemengd. Het was een volledige jongensschool, met 2 jonge leraresjes waarvan ik er één was. Ik gaf zedenleer, de andere wiskunde.
  • Moraalwetenschap studeren en vervolgens werken binnen de afdeling filosofie aan dezelfde universiteit, was groot worden al denkend. Toen, veel meer dan nu, was studeren niet afgebakend in uren en dagdelen. Het was oeverloos, het was een manier van leven, een habitus die langzaam groeide. Toen ik er was heb ik nauwelijks beseft dat ‘vrouwen in de filosofie’ vrij uitzonderlijk was. In 2002 vierde de afdeling moraalwetenschap haar 40 jarig bestaan en zat ik tijdens de festiviteiten in het panel. Pas in de voorbereidingen daarvan realiseerde ik mij dat ik de eerste vrouwelijke doctor in de moraalwetenschap ben, en dat er daarna nauwelijks andere vrouwen zijn bij gekomen.
    In de periode dat ik er studeerde en werkte was filosofie/moraalwetenschap in Gent een zeer progressieve afdeling. De professoren waarvan ik les kreeg zijn daar ook algemeen om bekend in Vlaanderen: Leo Apostel, Jaap Kruithof, Hugo Van den Ende, Etienne Vermeersch. Ook hier heb ik dus de traditioneel katholieke Vlaamse conservatieve mentaliteit niet gekend.
  • Ik heb geen kinderen, in de eerste plaats omdat ik toen ik 30 jaar was baarmoederhalskanker heb gehad. Geen kinderen hebben past en paste eigenlijk veel beter in mijn leven dan wel kinderen hebben. Kort voor mijn kanker had ik een miskraam gehad. Geen kinderen hebben is dus niet echt een keuze, maar ik had de keuze net zo goed wél vrijwillig kunnen maken. Het past mij uitstekend.
  • Twintig jaar van mijn carrière heb ik in Nederland gewerkt. In het buitenland werken was geen vrije keuze. Ik wou absoluut terug aan de universiteit werken, en in Vlaanderen bleek dat niet te kunnen. In 1980 niet, en ook later heb ik pas in 2001 een weg terug gevonden. 21 jaar is een lange tijd.
  • Gedurende heel die lange tijd heb ik steeds een stevig band met Vlaanderen behouden. Ik ben eigenlijk nooit helemaal weg geweest. Sinds 1986 heb ik aan de UIA dingen gedaan voor Vrouwenstudies en ik heb de vrouwen(beweging) in Vlaanderen steeds gevolgd, ook als ik in Nederland woonde en werkte.
  • Ik ben niet vrijwillig gestopt als directeur van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid. En ik ben niet vrijwillig gestopt als professor Vrouwenstudies. De minister stopte de subsidie voor de opleiding, en de universiteit heeft niets willen doen. Mijn contract was uit, ik heb de lokalen leeg gemaakt en heb de deur dichtgedaan. Einde verhaal.
  • Publicaties staan niet in zo’n lijstje van jobs en activiteiten, maar dat is toch waar ik het liefst op terugkijk.

Lees verder...

over deze site | site map | contacteer ons | ©2006-2008 RoSa documentatiecentrum