“Het is vreemd om te zien dat de dienst die je hebt geleid blijft draaien zonder jou.” Ook patiënten voor wie ik een grootmoeder zou kunnen zijn, verwijs ik vaak door naar jongere collega’s. Want ik ben niet meer mee met hun leefwereld omdat ik daar niet mee in contact kom. Dan vind ik het niet ethisch om hen te behandelen. Het is belangrijk om die voeling te hebben met je patiënten, leeftijd speelt wel degelijk een rol. Een jonge werkloze kan ik bijvoorbeeld niet goed helpen. Hij heeft een motivatietraining nodig die hem begeleidt naar een werktraject, maar ik ben bijvoorbeeld te weinig op de hoogte van de huidige tewerkstellingsmaatregelen. In andere gevallen kan mijn ervaring ook wel een voordeel zijn. Ik ben geduldiger geworden. Ik dacht dat mensen om hulp kwamen omdat ze het zelf niet konden oplossen. Nu laat ik hen meer ruimte om zelf een persoonlijke inbreng te doen.
Het heeft wel wat voeten in de aarde om aan de slag te blijven: ik moet bijvoorbeeld een praktijkruimte huren. Maar ik blijf psychiatrie zo boeiend vinden dat ik graag in de running wil blijven. Ik wil de zaken waarover ik lees in de praktijk blijven brengen. Het internet laat me toe om bij te blijven, zonder daarvoor internationale congressen te moeten afschuimen. Wat er in mijn vakgebied aan de gang is, volg ik op de voet.
Nu is deeltijdswerk voor mij een goed alternatief. Maar tijdens je loopbaan is het maar goed in zoverre het geen doel op zich is. Het moet een middel zijn om ieder zijn carrière te laten organiseren zoals hij of zij het zelf wil. Die vrije keuze is belangrijk, en geldt ook voor vrouwen die kiezen om thuis te blijven of om kinderloos te blijven. De maatschappij hoeft zich daar niet over uit te spreken. Ik zie dat jonge artsen nu relaxer omgaan met de combinatie arbeid/gezin en daar hebben de huidige sociale maatregelen zeker toe bijgedragen. Voor jonge zelfstandigen is het jammer genoeg anders. Ik ken jonge vrouwelijke artsen die noodoproepen beantwoorden met een huilende baby op de arm en een papfles in de hand. Zij worden maar karig geholpen in de regelingen omtrent ouderschap.
Men is wat men doet. Een loopbaan helpt je om je persoonlijkheid te realiseren. Een boeiende job biedt je een kader, collega’s, geld en een nuttige tijdsinvestering. Het is een ontzettend belangrijk aspect van het leven. Ik vond het evident om te gaan werken. Ik heb altijd veel opgegeven voor mijn carrière, maar dat voelde als vanzelfsprekend. Ik wilde geld verdienen, zelfstandig zijn en zo veel mogelijk realiseren. Mijn vakgebied heeft mij persoonlijk ook altijd enorm geboeid. Proberen om inzicht te krijgen in mensen is een onuitputtelijke bron van inspiratie. Dat wil ik niet graag helemaal kwijt zijn. Maar ooit zal ik wel definitief moeten stoppen. Het beste is dat ik zelf die beslissing neem. Stel dat er plots geen patiënten meer zijn en mijn praktijk zou doodbloeden: dat zou ik verschrikkelijk vinden. Dat is gelukkig helemaal niet zo, daar ben ik gevoelig voor.
Ik heb altijd een druk en bevredigend beroepsleven gehad en ik heb schrik voor het fameuze zwarte gat. Ik heb gedacht dat ik blij zou zijn met meer tijd voor mezelf, maar dat was een foute psychologische berekening. Het moeilijkste vind ik me te verzoenen met het verlies aan belangrijkheid in de samenleving. De impact van wat ik zeg en doe is niet meer zoals vroeger. Wie luistert er naar een oude gepensioneerde vrouw? En dus valt een narcistische drijfveer weg. Ik vraag me soms af of ik nog wel iets voorstel. Toch heb ik geregeld het gevoel dat ik nog iets moet doen. Maar ook dat zal wel voorbijgaan.
Ik zie het toch als een rouwproces, dat zal wel beroepsmisvorming zijn. Het leven bestaat nu eenmaal uit verschillende episodes die moeilijk te negeren zijn. De puberteit, het beroepsleven: het zijn levensfases die voorbij gaan. Nu is de tijd gekomen om me met andere zinvolle zaken bezig te houden. Maar ik mis de uitdaging van het actieve onderzoek en het contact met de studenten. Als je een moeilijke patiënt met een acuut psychisch probleem kan helpen geeft dat je een gevoel iets relevant te doen. Het geeft je een greep op het leven, terwijl ik er nu meer buiten sta.
Het is vreemd om te zien dat de dienst die je hebt geleid blijft draaien zonder jou. Dat jonge mensen overnemen en dat schitterend doen. Dat ze je eigenlijk niet nodig hebben. Dan dringt het tot je door dat je in een andere levensfase bent. Het heeft toch enkele jaren geduurd om aan dat nieuwe ritme te wennen. Toen ik in het begin toevallig langs de universiteit wandelde, moest ik mezelf tegenhouden om niet binnen te stappen. Ik had niet gedacht dat het zo moeilijk was om afstand te doen van je carrière.
Ik heb daar vroeger niet veel over nagedacht. Het ligt in mijn karakter om naar de omstandigheden te kijken wanneer ze zich voordoen en er dan het beste van te maken. Ik zie collega’s van 64 en 65 die volledig stoppen met werken. Die eindelijk tijd maken voor hun hobby's of om op reis te gaan. Of die krampachtig pompoensoep maken en kookcursussen volgen. Dat lijkt me pijnlijk en daar bedank ik voor. Maar je moet ook je houdbaarheidsdatum niet overschrijden. Op een bepaald moment is het nuttig om te breken, om volledig te stoppen met werken. Het zal er noodgedwongen wel van komen, ik probeer nu om het probleem uit te stellen.
De zin om lezingen te geven is over. Ik heb het allemaal al eens verteld. Dat vind ik vervelend, zo’n déjà-vu gevoel, maar ik ben ook niet bereid om iets nieuw te maken. Bovendien moet het tegenwoordig allemaal met de computer, met USB-sticks en dergelijke. Dat zorgt voor bijkomende stress waar ik moeilijk mee omkan. Vroeger had ik daar nooit last van. Nu trillen mijn handen en begin ik te zweten voor ik de zaal toespreek. Dat komt zeker door het ouder worden, mijn improvisatievermogen is verzwakt. Terwijl het vroeger één van mijn sterke punten was. Ik kon in alle situaties terugvallen op dat improvisatievermogen, bijvoorbeeld in de supermarkt. Dan laadde ik mijn kar vol en wanneer ik dan te weinig geld had aan de kassa, kwam ik altijd wel net iemand tegen om me geld te lenen. Heel soms maak ik nog een uitzondering, bijvoorbeeld voor een lezing voor mijn schoolkameraden uit Heist.
Dat gevoel van stress komt ook elders terug. Als ik ’s nachts wordt opgebeld door een patiënt met de boodschap dat hij zijn vrouw gaat slaan begint mijn hart erg te bonzen. Dan lig ik voor de rest van de nacht wakker of moet ik een slaappil nemen. In de acute psychiatrie kan ik niet meer functioneren.
Gelukkig heb ik nog geen geheugenstoornissen, denk ik. Mijn beweeglijkheid en de snelheid van mijn reacties zijn wel afgenomen. Psychiatrie laat toe om tot hoge leeftijd te werken. Ik zit neer en luister naar mensen. Tenzij je doof of dement wordt, kan je dat blijven doen. Een chirurg die moet rechtstaan en wiens job een vaste hand vereist, heeft dat geluk niet. Misschien heb ik onbewust wel gekozen voor een vak dat ik lang kon blijven doen.
Volgend jaar word ik 65. Hoelang ik nog aan het werk zal blijven? Ik weet het echt niet. Ik hou het met opzet vaag voor mezelf. Ik blijf het zo boeiend vinden. Psychiatrie heeft me nooit teleurgesteld.
Interview: Jana Wuyts