Zien Werken V/M
Maatschappelijke discussie
W e zijn in onze besluiten niet verder gegaan dan wat we vastgesteld hebben in ons empirisch onderzoek. Nu halen we er enkele punten uit waarbij geen cijfers horen, maar die wel rijp zijn voor verdere discussie.
We zijn van mening dat die discussie dient gevoerd te worden met mediamakers, onderzoekers, politici en vrouwen en mannen binnen en buiten de vrouwenbeweging.
Discussiepunten:
- Genderneutraliteit
- Vrouwen zijn nergens
- Allochtonen
- Gendermainstreaming
- Leeftijdsopbouw van de groep vrouwelijke professionals
- De schrik van Sullerot
- Oorzaken
Genderneutraliteit
We denken niet dat het uit onoplettendheid is dat redacties weinig onderscheid maken tussen de geslachten. We denken eerder dat genderneutraliteit de bewuste beleidslijn is. De gehanteerde genderneutraliteit vermijdt in alle geval het seksisme en de ongelijkheid, die er in het verleden vaak waren. De volgende stap voor de media is echter om op een evenwichtige, niet discriminerende manier verschillen te vermelden daar waar ze inhoudelijk nodig zijn.
Vrouwen zijn nergens
Er is nog een lange weg te gaan voor vrouwen. Het kwam in dit onderzoek overduidelijk tot uiting dat nog niet alles geregeld is voor vrouwen. We geloven dat de media meer en meer hun best doen om te weerspiegelen wat er in de maatschappij gebeurt en soms zelfs een voortrekkersrol vervullen. We geloven dat omdat we zien wat de inspanningen zijn. Vrouwen in beroepen waarin ze uitzonderingen zijn, komen steeds in beeld, vrouwelijke woordvoerders komen veel voor, het aantal vrouwelijke journalisten in de rol van ankers en gespreksleiders is sterk gestegen, over onderwerpen waar men een gefundeerde mening wil, zonder echt de beslisser aan tafel te willen, haalt men er vrouwen bij, de mannelijke en vrouwelijke gespreksleiders laten in discussies vrouwen netjes aan het woord, mannelijke gasten halen het nog zelden in hun hoofd om vrouwelijke disussiegenoten in de hoek te drummen, en als die mannen toch de neiging zouden hebben, beletten de moderatoren of de vrouwen zelf hen dat, als vox populi zijn vrouwen frequent aan het woord. Die opsomming is indrukwekkend, voor wat betreft de inspanningen van de media. Onze studie is een kritische analyse, maar ze bevat ook veel lof voor de media. Maar, vrouwen zijn in de realiteit in de minderheid bij de politici, de managers, de wetenschappers, de vakbondsvertegenwoordigers. Op al die terreinen zijn nog steeds moeilijke acties en projecten aan de gang om vrouwen te laten participeren en op hogere posten te krijgen. Er zijn ook projecten om meisjes te begeleiden in het kiezen. Voorkeuren van meisjes en vrouwen duidelijk krijgen voor henzelf is ook een emancipatie-doelstelling, de top bereiken is niet de enige doelstelling. Ons onderzoek is een bewijs dat uitspraken in de zin van ‘voor vrouwen was het VROEGER ook zoals voor allochtonen nu, maar voor vrouwen is NU alles in orde’ niet terecht zijn. Allochtonen zijn er niet, maar vrouwen ook niet. Alle inspanningen van de media ten spijt.
Allochtonen
We zagen weinig allochtonen. Gezien het profiel van de externe actoren die aan het woord komen, is dat ook niet verwonderlijk. Hier zal dus een andere strategie nodig zijn, wil men meer allochtonen horen in informatieve programma’s over arbeid. Moslima’s domineerden de inhoud wat betreft de items die rechtstreeks over vrouwen en werk gingen. Vrouwenorganisaties zullen zich dienen te bezinnen over de optredende trend waarbij enkel in het geval van moslima’s vrouwen nog afzonderlijk van mannen worden beschouwd.
Gendermainstreaming
‘Remember the ladies’, zo schreef Abigail Adams in 1776 naar haar echtgenoot (die later de tweede president van de VS werd) die meewerkte in een clubje mannen (het Continental Congres) aan de nieuwe Amerikaanse wetten. Zij vroeg haar man om in de nieuwe wetten de mannelijke suprematie en het mannelijke perspectief achter zich te laten. Denk eraan dat er ook vrouwen bestaan, en doe beter dan uw voorgangers. ‘Remember the ladies’ houdt in beleidskwesties niet enkel gelijke rechten voor mannen en vrouwen in, maar ook het mainstreamen van genderkwesties.
Het betekent dat er bij elk beleidsvoornemen rekening wordt gehouden met wat de maatregel betekent voor het ene of het andere geslacht. Dat voortdurend ook aan vrouwen denken dient opgenomen te zijn in het normale beleidsproces. Ondertussen is gendermainstreaming voor beleidsprocessen in België bij wet geregeld. Men dient verplicht rekening te houden met de genderkwestie. Het is een vorm van beter denken, van beter beleid. Gendermainstreaming lijkt voor de media helemaal nog niet geregeld. Uiteraard moet het voor de media niet bij wet geregeld zijn. Persvrijheid en vrije meningsuiting zijn daarvoor te belangrijk. Het dient in de hoofden van journalisten en redacties te zitten. Te vaak speelt gender, of het verschil tussen mannen en vrouwen, geen rol in de inhoudelijke analyse, die redactioneel aan gesprekken en debatten voorafgaat.
Leeftijdsopbouw van de groep vrouwelijke professionals
Glazen plafonds, lekkende pijplijnen, glazen klippen, kartonnen vloeren: ze bestaan echt. De informatieve televisieprogramma’s die we bestudeerden, laten het resultaat ervan voortdurend zien. Niet in de inhoud van de items, want het gaat niet over die verschijnselen. Er wordt meestal gedaan alsof voor vrouwen alles geregeld is. De mechanismes blijken uit wie aan het woord is. Het verschil in leeftijdsopbouw van de vrouwelijke en de mannelijke professionals toont nog steeds dat er onderweg in de loopbaan van vrouwen vaak iets negatiefs gebeurt.
De schrik van Sullerot
De wet van Sullerot zegt dat een beroep in belangrijkheid (vergoeding en aanzien) daalt naarmate het door meer vrouwen wordt uitgeoefend.
Die ‘wet’ is een vastgestelde wetmatigheid, geen verklaring. De Franse sociologe Eveline Sullerot stelde het vast in 1968, en we kunnen het nog steeds waarnemen. Het is altijd zo geweest dat de relatieve aan- trekkelijkheid van een beroep of functie afneemt naarmate er meer vrouwen in werken. Naarmate in een beroep meer mannen gaan werken
(verpleegkundigen, schooldirecteuren) neemt de waarde van dat beroep toe. Het is een spijtige vaststelling. Veel van de inspanningen op het terrein van ‘gender en arbeid’ zouden als resultaat moeten hebben dat de wet van Sullerot in de toekomst niet meer zou gelden.
Het is alsof de schrik voor de wet van Sullerot ook speelt in de inhoud van informatieve programma’s: als het te veel over vrouwen gaat, zou het belang kunnen dalen. ‘Als er meer dan 30% vrouwen of vrouwelijke inhoud is, dan kan het niet meer serieus zijn. 30% kan nog net.’ lijkt het motto te zijn. En ondertussen voelt elke vrouw die een deel is van die 30% zich verplicht om te proberen te bewijzen dat de schrik voor de wet van Sullerot onterecht is. Wat de VRT Nieuwsdienst gedaan heeft in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 - het volle gewicht van een belangrijke reeks uitzendingen op de schouders van drie jonge vrouwen leggen, en hen met alle gewicht dat er in huis is, steunen - helpt tegen de schrik voor de wet van Sullerot.
Oorzaken
Waarom schommelen we - niet alleen in Vlaanderen, we zagen de trend in vele internationale onderzoeken - steeds rond die 30% wat betreft de aanwezigheid van vrouwen op het scherm? Hoewel deze studie niet ging over de verklaring waarom we zien wat we zien, maken we toch enkele opmerkingen over het ‘waarom’.
- We komen van ver, zowel in de realiteit als op televisie.
- De verklaring is anders nu men ziet dat de media hun best doen. De interne situatie is sterk veranderd, vergeleken met twintig jaar geleden, toen de eerste positieve actieprogramma’s begonnen.
- Op elk terrein waaruit vrouwen zouden kunnen komen, hebben vrouwen nog steeds hun achterstand. Op elk van die terreinen lopen begeleidingsprogramma’s, stimuleringsprojecten, gendermainstreaming programma’s, en dergelijke. Er worden charters opgesteld en ondertekend. Veel van de initiatieve zijn vrijblijvend, maar er wordt wel aan gewerkt en over gedacht.
Er lijkt een magische 30% drempel te zijn, die nergens wordt overschreden. Politicologen spreken van een kritische massa van 30 à 33 %. Een organisatiecultuur zou pas echt veranderen, met nieuwkomers zoals vrouwen zou pas echt rekening gehouden worden, vrouwen zouden pas echt zichtbaar zijn of indruk maken, en zouden als minderheid niet meer als bijzonder of afwijkend worden beschouwd, indien de kritische massa van 33% overschreden wordt. In de media komen al de terreinen waarop de kritische massa niet bereikt is samen. Mediamakers moeten dus op alle flanken harder werken om vrouwen in beeld te krijgen.
- Vrouwen staan niet te trappelen om in de media te verschijnen over ernstige onderwerpen. Wie een carrière wil opbouwen als babe misschien wel, maar wie ‘gewoon’ meedraait in civil society niet. Ze zijn er wel, en ook bij hen creëert de functie de vrouw, maar onder de magische drempel is men kwetsbaar. Vrouwen weten dat, en veel voorbeelden van het tegendeel zien we niet.
- De media kunnen het zogenaamde Wollstonecraft-dilemma niet in de plaats van vrouwen oplossen. Politicologe Carol Pateman noemt de moeilijkheden waarmee vrouwen al eeuwen worstelen om tot volledige maatschappelijke participatie te komen ‘Wollstonecraft’s dilemma’ . Zij bedoelt daarmee het volgende: Enerzijds willen vrouwen dat de wereld genderneutraal is: alles hoort voor hen te gelden zoals voor mannen. Er is geen vrouwelijk burgerschap, want het is voor mannen en vrouwen gelijk. Er is enkel burgerschap, tout court. Anderzijds willen zij - en vaak tegelijk - dat er ingezien wordt dat zij als vrouwen speciale eigenschappen, talenten, behoeften en bekommernissen hebben. Ook Mary Wollstonecraft (1759-1779) wilde beide tegelijk. (Pateman: 1989, 196-197) De media kunnen dat dilemma niet oplossen. Ze kunnen enkel gelijkheid én verschil laten zien. Wat ze trouwens doen, met meer gelijkheid dan verschil.
Er is veel nodig om een boegbeeld, een kopstuk, een topmanager, een expert te worden. Een positie waar op televisie iets van te merken valt, ligt niet voor het grijpen. Men moet onder andere:
a. zich niet laten afleiden;
b. doorzetten;
c. over verstand en opleiding beschikken;
d. de positie en alles wat erbij hoort blijven willen;
e. nooit iets anders belangrijker vinden;
f. zich geen vragen stellen over anderssoortige betere kwaliteit van het leven;
g. minimaal zestig uur per week werken;
h. dat alles vanzelfsprekend vinden;
i. geen onderbrekingen inlassen;
j. niet deeltijds werken;
k. beseffen dat de top heel klein is;
l. kunnen winnen maar ook kunnen verliezen;
m. niet systematisch tegengewerkt worden;
n. over netwerken beschikken en zorgen dat men een noodzakelijke steun en bescherming verliest;
o. geluk hebben;
p. opportuniteiten gebruiken.
Dat de kritische de drempel niet wordt overschreden zegt tevens dat bovenvermelde vereisten bij de meeste vrouwen niet voldoende gerealiseerd zijn. Goed onderbouwde discussies dienen op elk punt afzonderlijk en op alle punten samen gevoerd te worden. Daar zijn cijfers, onderzoek, theoretische benaderingen en volgehouden aandacht voor nodig. Als we het debat zouden voeren, zou blijken dat voor vrouwen niet alles in orde is. Er zou ook een nieuw debat naar voren komen over ‘de betekenis van werk’. Alles wat er geregeld kon worden is misschien wel geregeld, maar ook vrouwen zouden er baat bij hebben als er een positiever discours over arbeid heerste. Alles gezien, gemeten en geteld hebbende is de indruk niet verdwenen dat het in onze informatieve core business van het maatschappelijke leven niet getoond wordt.
Dat komt insiders (né dans le jeu, zoals Pierre Bourdieu het formuleerde) ten goede. Buitenstaanders en nieuwkomers zien niet hoe de winkel draait en wat er voor gedaan moet worden om hem draaiende te houden.
Dat geldt tot in de details voor de beeldvorming van arbeid.
