Zien Werken V/M
Besluiten
- Weinig werk
- Vrouwen in de minderheid
- Politici
- De actieve bevolking
- Weinig allochtonen
- Vaste frames
- Commentariëren is moraliseren
- Weinig innovatie
- Inkomen is geheim
1. Weinig werk
Het gaat niet vaak over arbeid in informatieve programma’s. Veel en weinig zijn relatieve begrippen, maar het is moeilijk om 15% van het totale aanbod aan nieuws en discussie over de actualiteit ‘veel’ te noemen.
Gegeven de grote plaats die werken in het leven van mensen inneemt, durven we dat ‘weinig’ te noemen. Het is ook weinig aangezien het de core business van een maatschappij uitmaakt.
Daar waar het over werk gaat, zijn er een beperkt aantal rubrieken waar te nemen [cijfers 1 en 2] . Het gaat vooral over sluitingen, acties, jobinhoud en beleid. Het gaat niet over nieuwe bedrijven, niet over combinatie van werken met andere activiteiten, niet over innovatie, niet over zelfstandigen, niet over de relatie tussen werken en de economische situatie van het land.
Het beleid heeft vaak betrekking op de sluitingen en de acties, zodat dat het belangrijkste aandachtspunt in verband met arbeid kan worden genoemd. Het komt in alle programma’s voor, en wordt uitgedrukt in woorden en in beelden met veel rood en groen (de kleuren van de grootste vakbonden).
Dat ook jobinhoud hoog staat in het lijstje van onderwerpen over arbeid, vinden we bijzonder. Het betreft vooral items waarbij een individuele benadering wordt gehanteerd. Het zijn ook meestal positieve benaderingen, waarin plezier in het werk tot uiting komt. De items situeren zich vaak op het raakvlak tussen een verhaal van een bekende Vlaming, kunst, cultuur en werk, maar het zijn wel work-history verhalen.
Ondanks de relatief grote belangstelling voor jobinhoud zijn informatieve programma’s over werk duidelijk een deel van de slecht-nieuwsshows die de informatieve programma’s blijken te zijn. Er zijn weinig positieve, motiverende, warme, inspirerende verhalen over arbeid in deze programma’s. Echt kwaad wordt er van werken niet gesproken (er wordt niet gezegd dat het een pest is, dat iedereen het tegen zijn zin doet, dat veel mensen er ziek van worden, of dat er niets mee te verdienen is) maar de nieuwsprogramma’s sprankelen niet van de arbeidsvitaminen.
‘Voor werk moet voortdurend worden gevochten, werkgelegenheid wordt altijd bedreigd.’ Dat is de impressie die de kijker van informatieve programma’s op televisie moet krijgen. Als het over werk gaat, dan betreft het het grootste deel van de tijd verdwijnende of bedreigde jobs.
De nadruk ligt daarbij op mannen die hun job verliezen of dreigen te verliezen. Vechten voor jobs is mannenwerk, dat hebben we wel geleerd in dit onderzoek. De programma’s gaan enkel over werk in Vlaanderen. De rest van België en de rest van de wereld komen niet of nauwelijks aan bod. In verband met verdwijnende jobs wordt verwezen naar globalisering en outsourcing, maar over hoe het dan gaat met dat werk in het buitenland wordt in de programma’s die wij onderzochten niets gezegd.
De trend om in het nieuws steeds meer de sensationele toer op te gaan (zie bijvoorbeeld het onderzoek Koos Nijten, 2007) kunnen we enkel bevestigen in verband met stakingen en acties. Over andere aspecten van arbeid zagen we het niet.
Belangen en inspanningen van ondernemers of van zelfstandigen zien we zelden. Kleine zelfstandigen worden nauwelijks genoemd. Ondernemers krijgen weinig respect. Vrouwelijke ondernemers of bedrijfsleiders (klein of groot) zagen we nauwelijks [cijfers]. Vreemd, in een land van kmo’s.
2. Vrouwen in de minderheid
Vrouwen zijn in de minderheid in informatieve programma’s als het over werk gaat. [cijfers] Uiteraard is de toestand van vele jaren geleden voorbij, waar vrouwen aan de haard hoorden - en ook zo getoond werden - maar de nieuwe realiteit waarin vrouwen 43% van de workforce uitmaken, overweldigde ons niet. Het is eerder de huisvrouw die weg is dan dat we zouden zien dat sterke vrouwen mee de wereld besturen of het werk doen op de hogere sferen van de publieke ruimte. Het aandeel van vrouwen in de media blijft schommelen rond de 30%. Die 30% komt tot stand mede omdat de media in eigen kring flink hun best doen en omdat vrouwen als vox populi goed aan bod komen. Vrouwen aan de top zijn in de minderheid in vergelijking met mannen, en waar de top spreekt zien we vooral mannen. Dat de media goed hun best doen zien we in het feit dat de participatie van vrouwen bij de interne actoren is opgelopen tot 40%. Voor de nieuwsankers van de VRT was het zelfs 70%. [cijfers 1 en 2].
Maar de externe gasten, in de studio of in de reportage, zijn maar voor 25% vrouwen, als sprekende gasten. [cijfers]
In de beelden van reportages (meestal impressies die de tekst slechts losjes volgen) worden kansen gebruikt om roldoorbrekingen te tonen. In de illustrerende beelden wordt er op gelet om vrouwen in beeld te krijgen, en ook mannen te tonen in roldoorbrekende omstandigheden. Als we een crèche in beeld krijgen, is er veel kans dat we ook een vader zien. Als we politie aan het werk zien, is er veel kans dat we ook politievrouwen zien.
We zien ook vaak vrouwen in zwakke posities: de man in de straat is vaak de oude vrouw op de markt. Ook studenten en scholieren die even aan het woord komen zijn vaak meisjes. Maar de meeste gasten die aan het woord komen zijn mensen met hogere functies, en dat zijn geen vrouwen. In de werkelijkheid niet en in de media niet.
Vrouwelijke wetenschappers zijn absoluut in de minderheid, in werkelijkheid en op het scherm. Voor vrouwelijke managers geldt hetzelfde.
Voor vrouwelijke bewindvoerders is het net zo. De vrouwenschaarste is op het scherm het grootste bij de wetenschappers, en het gunstigst geëvolueerd bij de politicae. Dat is in de realiteit ook zo, er is immersenkel in de politiek een quota-wet . [cijfers 1 en 2]
Het niet zo sterke beeld dat we van vrouwen krijgen wordt ook in de hand gewerkt door het feit dat we mannen vaker in de studio zien dan vrouwen. Daar kan een positieve verklaring voor zijn. Misschien willen de potentiële vrouwelijke actoren na een werkdag in mindere mate dan mannen ter beschikking van de televisie staan. Het doet vrouwen wel minder belangrijk lijken.
In eerdere onderzoeken is vaak naar voren gekomen dat mannen in een professionele rol spreken en vrouwen persoonlijke getuigenissen leveren. Die trend zagen we hier niet. [cijfers]
Er waren minder vrouwen dan mannen, maar de overgrote meerderheid van de sprekers waren in de programma’s om professionele redenen, zowel de mannen als de vrouwen. Het iets grotere accent op het persoonlijke bij vrouwen was heel gering.Wat we wel zagen, conform aan vroeger vastgestelde trends, is dat de werknemers in het onderwijs, opvoeding, crèches, wel vrouwen zijn. Vrouwen komen vaak in die functies voor, niet in de moederrol, maar als professionals. Dat staat los van het feit dat men graag een vader toont die de baby naar de crèche brengt.
Over genderkwesties of vrouwen (als onderwerp van het item) gaat het niet.[cijfers]
Vrouwen zijn niet meer sexy. Het is geen belangstellingspunt, niet van de media en niet van de experts die aan het woord komen. Het staat niet op de agenda, en het wordt er niet op gezet. De enige omstandigheden waarin het wel over vrouwen gaat, is in verband met moslima’s en in verband met de Internationale Vrouwendag van 8 maart. [cijfers] Of anders uitgedrukt: het antwoord op de vraag ‘who makes the news?’ is ‘vrouwen in alle geval niet’. Ze maken wel meer en meer het nieuws als professionele mediavrouwen, maar niet als onderwerp van het nieuws, en niet als motoren van een onderwerp. Het gaat ook nooit even of zijdelings over genderkwesties. Er wordt niet kort vermeld dat aan een bepaald onderwerp een belangrijke genderdimensie zit. Het gaat er uitgebreid over (zij het niet heel vaak) of in het geheel niet.
Zijn er vrouwelijke rolmodellen? Enkel Ingrid Lieten komt meer dan één keer en ook uitvoerig voor. Zij is al jaren de sterkste vrouw van Vlaanderen en was ook de overheidsmanager van 2006 .[cijfers]
In verband met vrouwen en werk is er in de werkelijkheid veel goed nieuws. Er is systematisch vooruitgang geboekt. Dat lijkt niet te passen in de framing van de dramatiek in informatieve programma’s en ook niet in het frame van genderneutraliteit. Er wordt nauwelijks iets over gezegd. Ook naar aanleiding van hoogdagen van het feminisme zagen we geen nadruk op werk.
Een van de hypotheses waarmee we het onderzoek begonnen is niet bevestigd. De verslaggeving over arbeidskwesties en de verdieping in duidingsprogramma’s dragen niet bij aan nieuwe stereotypen over vrouwen. Dat vrouwen wel werken maar vooral de nadruk leggen op andere waarden dan arbeidswaarden, door staat en werkgever betaalde zorg-tijd zouden willen, dat vrouwen organisaties zouden willen hervormen of in alle geval herorganiseren om beter te kunnen participeren, dat vrouwen traditioneel door vrouwen beklede functies zouden willen opwaarderen om de loonkloof te dichten, dat hoorden we niemand zeggen. Dat nieuwe stereotypen niet bevestigd of gecreëerd worden, is positief. Het gaat wel gepaard met het feit dat eisen en verlangens van vrouwen in verband met het draaglijker maken van de combinatie van arbeid en zorg nauwelijks aan bod komen. Het gaat er slechts 8% van de tijd over. De problematiek lardeert andere onderwerpen niet. Dat is verbazend, als we kijken daar de beloftes van alle politieke partijen tijdens de verkiezingsstrijd voor de verkiezingen in de lente van 2007. We horen de nieuwe stereotypen niet omdat het helemaal niet over vrouwen gaat, niet over oude en niet over nieuwe problematieken.
Genderneutraliteit is het gehanteerde model. Vrouwen worden niet als afzonderlijke categorie genoemd. Men hanteert geen genderbril, ook niet in onderwerpen die daarom vragen.[cijfers]
3. Politci
Vrouwen vormen iets meer dan 30% van het aantal optredende politici. Het is nog net iets minder dan de resultaten van de laatste verkiezingen. Als de buitenlandse politici worden meegeteld is het aandeel van vrouwen bij de politici 38% [cijfers]
In de discussieprogramma’s worden politici bij voorkeur in de studio (of als studio opgetuigde setting) aan het woord gelaten. Het aantal vrouwelijke optredens komt uit een kleiner bestand dan de mannelijke. Minder vrouwen moeten meer doen, en dan is het nog niet genoeg. Dat is trouwens niet enkel voor politici zo. We kennen dat verschijnsel ook in de wetenschap. Ook aan de universiteiten zijn veel minder vrouwelijke dan mannelijke professoren, en door die beperkte groep vrouwen moet een groot aantal representatieve en bestuurlijke zaken worden gedaan.
Het verschijnsel draagt bij aan het feit dat het voor televisieredacties moeilijker is om vrouwen te strikken dan om mannen te strikken voor deelname aan hun programma’s.
Politici (mannen en vrouwen) spreken enkel over de onderwerpen die tot hun portefeuille behoren. Dat geldt voor de bewindslieden, maar ook voor de andere politici die geen uitvoerende verantwoordelijkheid dragen. Politici beperken zich tot hun bevoegdheidsterrein. Voor arbeid waren dat in de eerste plaats mannen. De federale en de Vlaamse ministers van Werk waren mannen tijdens de periode die wij onderzochten.
Enkel partijvoorzitters spreken zich uit over het bredere terrein. In dat gezelschap zagen we één vrouw (Vera Dua van Groen!). In de toekomst kunnen dat er drie zijn (Mieke Vogels voor Groen!, Caroline Gennez voor sp.a en Bettina Geysen voor Spirit).
Enkel in verkiezingstijd spreken politici over bredere kwesties. Politici van de drie grote partijen vertonen slechts kleine inhoudelijke verschillen in de accenten die zij leggen wat betreft de connotaties van arbeid. In alle programma’s, en op beide zenders, domineert over arbeid het woord van de sp.a. [cijfers en voorbeeld]
Hoewel het voor een deel te begrijpen is, omdat de ministers van Werk van de sp.a waren, zegt het toch ook dat de oppositie weinig aan bod kwam. Vlaams Belang hoorden we nauwelijks. Franstalige politici kwamen niet aan bod. Ondanks het feit dat arbeid, arbeidsmotivatie, tewerkstellingsgraad, werkloosheid, arbeidsmobiliteit, arbeidssectoren enzovoort zeer verschillend zijn in Vlaanderen en in Wallonië, ondanks het feit dat de bevoegdheid over ‘arbeid’ een zeer belangrijk punt was in de discussies over de staatshervorming tijdens de zomer en herfst van 2007, kwamen Franstalige politici quasi nooit aan het woord in de periode van ons onderzoek, die daar net aan vooraf ging. Arbeid in Brussel, toegespitst op de werkloosheid van allochtonen kwam wel aan bod. De Waalse politici waren er niet, en Waalse onderwerpen in verband met arbeid ook niet.
4. De actieve bevolking
De gemiddelde leeftijd van de actoren is vrij hoog.[cijfers]
Ze weerspiegelt goed de leeftijd van mensen in de bloei van hun beroepsleven en iets ouder. Vrouwen zijn - zoals steeds - jonger dan mannen, maar meer dan in andere onderzoeken zien we hier dat de leeftijd van de vrouwen ook boven vijftig jaar mag zijn.
Wat interne actoren betreft, blijkt dat zij niet piepjong hoeven te zijn.[cijfers]
Ook politici zijn in dit onderzoek ouder dan in een eerder onderzoek dat we deden over de televisieprogramma’s in de aanloop van de Vlaamse verkiezingen van 2004. Misschien is de tijd van de piepjonge babes voorbij. In de programma’s die wij hier onderzochten zaten ze in alle geval niet. [cijfers]
Er is hoger opgemerkt dat de sprekers uit beroepen komen die hoog op de maatschappelijke ladder staan. Dat er weinig jongeren, weinig vrouwen en weinig allochtonen tussen zitten is dus ook niet verwonderlijk. Er is ook al opgemerkt dat de politici die het woord voeren kopstukken en woordvoerders over dat thema zijn.
Echt ouderen en (brug)gepensioneerden komen nauwelijks aan het woord. Goed, het gaat over werk, en die mensen ‘werken’ niet meer. Het zegt echter ook dat experts nauwelijks worden aangesproken op de kennis en ervaring uit hun beroepsleven (met de emeriti professoren Eyskens, Blanpain en Vermeersch als positieve uitzonderingen). Gepensioneerde oudere vrouwelijke deskundigen hebben we niet gezien.
5. Weinig allochtonen
Allochtonen kwamen weinig aan het woord: 5% van de sprekers is van vreemde afkomst. [cijfers]
Allochtonen zijn vaak werkloos, en werkgevers en beleidsvoerders moeten er meer voor doen om hen aan het werk te krijgen, zo leerden we uit de bespreking van de onderwerpen in verband met allochtonen. Het onderwerp werd meestal behandeld als een kwestie van discriminatie, waarin onder andere quota of vergelijkbare beleidsmaatregelen zouden kunnen helpen. Arbeidsmotiverende argumenten werden weinig gegeven, of waren niet positief van aard (sociale zekerheid, onlusten vermijden).
Dat er moet gewerkt worden is als ‘the elephant in the room’: iedereen weet dat het beest er is, maar niemand zegt er iets over. [cijfers 1 en 2]
Maar ook over die olifant zou een verhaal verteld kunnen worden. De afwezigheid van een positief discours over werken wordt des te meer aangevoeld bij de analyse van de programma’s die over tewerkstelling van allochtonen gaat. Vrouwen en mannen van vreemde origine komen evenveel aan bod.
De mannen en de vrouwen spreken wel over andere onderwerpen. De mannen en jongens spreken over tewerkstelling en over vorming. De moslima’s spreken over hoofddoeken. Als we zuiver naar het thema ‘vrouwen en werk’ kijken dan zien we dat dit thema volledig door onderwerpen in verband met moslima’s werd beheerst. Politici spreken niet vaker over allochtonen dan andere actoren dat doen.[cijfers 1 en 2]
6. Vaste frames
Vooral politici spreken in vaste frames. Het zijn standaard formuleringen en standaard rubrieken in hun uiteenzetting. Het is niet zozeer een politiek jargon dat opvalt, maar de vaste schema’s: de nadruk op beslissen, op de wereld maken, het criterium van rechtvaardigheid uit-spreken, zorgen voor de toekomst en zeggen dat daarvoor (door hen) iets gedaan zal worden, problemen oplossen voor de mensen, na overleg met collega’s. [cijfers 1 , 2 , 3 en 4]
7. Commentariëren is moraliseren
Als er diep op een onderwerp wordt ingegaan is dat meestal niet om meer feiten, cijfers of visies te laten horen, om een bredere historische context duidelijk te maken, of om verbanden te leggen met wat gezegd werd in andere uitzendingen
Vooral geen cijfers! Het is om de ethische dimensies aan te snijden. [cijfers 1 , 2 en 3]
De vragen ‘Vinden we dat wel toelaatbaar’, ‘Kan dit wel?’, ‘Vindt u dit goed?’,‘Wat moeten wij daarvan denken?’ betekenen meestal een vraag naareen morele goedkeuring of veroordeling. Het zijn de professionele gespreksleiders die de morele kwesties aan de orde stellen, niet de gasten. Dat is een kenmerk van discussieprogramma’s, niet van nieuwsprogramma’s.
Om de maatschappelijke evolutie te begrijpen zal men aan alle nieuwsen actualiteitenprogramma’s op televisie samen nog niet voldoende hebben. Bijvoorbeeld: nieuws is slecht nieuws is, ook als het over werk gaat, de evolutie van problematieken wordt slecht opgevolgd en het gevolg is dat een zeldzaam positief bericht steeds onverwacht uit de lucht valt. De dramatische berichten in de periode die we geanalyseerd hebben, bereidden helemaal niet voor op een goed begrip van de rooskleurige tewerkstellingscijfers van midden 2007. Of de mededeling, in april 2007, dat in Vlaanderen de werkloosheidsval bijna gedicht is. Ook wie alles gehoord heeft over arbeid, elke discussie heeft gevolgd en denkt te weten wat de werkloosheidsval is, heeft geen instrumenten om dat nieuwe bericht te interpreteren.
8. Weinig innovatie
We zagen weinig over innovatie. [cijfers] Er waren enkele mooie voorbeelden van hoe het wel kan, maar als regel worden de vernieuwingen binnen de bedrijven en op de markt niet uitgelegd, toegelicht of geïllustreerd. [zie ook: creatief ondernemen]
Wat innovatie voor vrouwen betekent of zou kunnen betekenen hoorden we niet. Als er gesproken wordt over de gemaaktheid van de wereld, dan gaat het vooral over beleidsbeslissingen. Niet over productie-, distributieof dienstverleningsprocessen. En zeker niet over hoe het tegenwoordig is, nu de gemaaktheid meer opgesplitst is en de zichtbaarheid ervan verder weg ligt. Er is geen verband te zien tussen de constructie van de wereld en plezier in werk. Er is geen link tussen iets maken en passie of merites. Dingen maken, processen sturen en voorwaarden scheppen, worden niet geassocieerd met plezier in werken. Enkel als de activiteiten zich afspelen op de grens van kunst en werk komt er enig plezier aan te pas.
Er wordt veel belang gehecht aan participatie, maar het is zelden duidelijk waarin moet geparticipeerd worden. [cijfers 1 en 2]
Zeggenschap van werknemers (of klachten over de afwezigheid ervan) is een waarde die vaak vermeld wordt, door alle deelnemers aan het debat. Meer nog door vrouwen dan door mannen. Participatie hangt wel meer samen met actie (dus met vechten voor participatie) dan met innovatie.
9. Inkomen is geheim
Over geld spreek je niet. [cijfers 1 , 2 en 3] Het gaat niet over wat mensen verdienen of wat ze te besteden hebben. Enkel in extreme gevallen worden er bedragen genoemd. Die extreme gevallen hebben langs de ene kant betrekking op armoede ten gevolge ziekte en werkloosheid en langs de andere kant op de topinkomens van ceo’s van overheidsbedrijven. Ook hier is - zoals steeds - de verdieping gelardeerd met morele oordelen.
