Zien Werken V/M
Hoofddoeken

De uitzendingen
Het ging over het dragen van hoofddoeken in de volgende uitzendingen
- Morgen Beter 13-11-2006
- Morgen Beter 17-11-2006
- Terzake 13-11-2006
De totale duur is 43 minuten.
Het zijn niet echt hoofddoeken die het onderwerp vormden, of vrouwen in de islam, maar de toelaatbaarheid van het dragen van een hoofddoek in specifieke omstandigheden. In Morgen Beter betreft het het dragen van een hoofddoek voor het stadspersoneel in Antwerpen.
In Terzake zijn hoofddoeken van leerlingen in Antwerpse scholen aan de orde. In beide gevallen gaat het over nakende beleidsbeslissingen te nemen door het stadsbestuur in Antwerpen.
Wat het gemeentepersoneel betreft, zal er een verbod komen op het dragen van opzichtige religieuze symbolen bij loketfuncties. Wat de scholen betreft, zal de beslissing aan de scholen overgelaten worden, naargelang de plaatselijke omstandigheden.
De actoren
Wiens mening hoorden we?
- Mia Doornaert - journaliste bij de krant De Standaard - opiniemaker Morgen Beter 13-11-2006
- Rik Torfs - professor Kerkelijk Recht KULeuven - opiniemaker– Morgen Beter 13-11-2006
- Saïda El Fekri - van het Platform Allochtonen Vrouwen - experte (met hoofddoek) - Morgen Beter 13-11-2006
- Lex Molenaar - journalist bij de krant Gazet Van Antwerpen - expert over situaties in Antwerpen Morgen Beter 13-11-2006
- Luc Van der Kelen - politiek commentator en hoofdredacteur van de krant Het Laatste Nieuws - in Morgen Beter 17-11-2006
- Vera Dua - voorzitter Groen! - Morgen Beter 17-11-2006
- Herman Van Rompuy - parlementariër CD&V - Morgen Beter 17-11-2206
- Karin Heremans - directrice van het Atheneum van Antwerpen - in reportage in Terzake 13-11-2006
- Robert Voorhamme - schepen van onderwijs Stad Antwerpen - live verbinding in Terzake 13-11-2006
- twee leraressen - Atheneum van Antwerpen - in reportage in Terzake 13-11-2006
- zes jonge moslima’s - scholieren Atheneum van Antwerpen - in reportage in Terzake 13-11-2006
- Laïla Ekchouchou - van het Platform Blijf van mijn hoofddoek - experte (met hoofddoek) - in Terzake 13-11-2006
We gaan hier uiteraard niet in op de grond van de zaak, maar op hoe het in de uitzendingen naar voren komt.
Of de moslima’s van de twee platforms professionals zijn van middenveldorganisaties, of vrijwilligers in actiegroepen of ngo’s komen we op het scherm niet te weten. Het is vaak het geval dat in de naambalkjes op het scherm wel de affiliatie wordt aangeduid, maar niet de (professionele of vrijwillige) plaats van de spreker in de organisatie. Bij organisaties die goed bekend zijn bij een groot publiek (Kind en Gezin bijvoorbeeld) kan men de professionaliteit vermoeden. In andere gevallen weet men het als publiek niet.
Cijfers horen we in geen van de uitzendingen. Hoeveel vrouwen met hoofddoek werken als gemeentepersoneel in Antwerpen, hoeveel moslimvrouwen werken in Antwerpen, van welke leeftijd, hoeveel moslimvrouwen zouden willen werken of bij de stad willen werken? De kijker hoort het niet. Misschien is het ooit ergens in een krant gezegd, maar in deze programma’s vernemen we het niet. Misschien wordt het ten gronde niet belangrijk gevonden en zoomt men liever enkel in op de principes.
Mia Doornaert is heel duidelijk in haar standpunt. Zij is kritisch over godsdienst en dus ook over de islam. Zij beklemtoont de noodzaak van het respecteren van de scheiding tussen Kerk en Staat.
Rik Torfs, het relativisme en de lankmoedigheid in persoon, pleit niet voor een standpunt maar voor een houding, generositeit. Eigenaardig is dat ook hier de meest tolerante persoon de meest wantrouwige dingen zegt. Als we hoofddoeken zien, dan weten we tenminste wie we voor ons hebben, zegt Torfs.
Karin Heremans probeert een multiculturele school draaiende te houden in het centrum van Antwerpen en dat blijkt ook aardig te lukken. Ze is er vaker mee in het nieuws gekomen (onder andere in De Zevende Dag van 04-03-2007). In haar school dragen veel meisjes hoofddoeken en zij komen in Terzake van 13-11-2006 ook aan het woord.
De jonge moslima’s (zoals oudere vrouwen op de markt) zijn typische voorbeelden van de korte vrouwelijke interventies in reportages. Ze verhogen het percentage vrouwen dat we zien, maar hun interventies zijn kort en per definitie oppervlakkig. Dat gebeurt niet omdat de spreeksters dat zo willen, maar omdat het script zo in elkaar zit.
Laïla Ekchouchou is degene die het gesprek het meest toespitst op werk en emancipatie. Zij wil de voorstanders van integratie en emancipatie benaderen met hun eigen argumenten. Naar de discussie over scheiding van Kerk en Staat luistert ze niet.
Luc Van der Kelen doet alsof het hoofddoekendebat een onbelangrijke kwestie is. Vera Dua weet, als ze op 17-11-2006 in Morgen Beter zit, nog niet dat men in Gent weldra met hetzelfde probleem zal worden geconfronteerd.
Ook daar zal de gemeenteraad een beslissing moeten nemen. Toen zei ze nog dat de vraag zich in Gent niet stelde, omdat er in Gent geen moslima’s werken in front-office functies.
Robert Voorhamme, rechtstreeks in de uitzending van Terzake van 13- 11-2006, in verbinding van op de Grote Markt in Antwerpen, kon niet veel zeggen. Er was een commissie aan het werk, en een beslissing moest nog genomen worden. Als lid van die commissie kon hij ook zijn persoonlijke mening niet vrijgeven.
In Terzake stelde Siegfried Bracke ook de persoonlijke vraag aan zijn gaste, Saïda El Fekri, waarom zij een hoofddoek draagt. Het antwoord was weinig politiek of godsdienstig van aard. Het gaat haar om een verdieping van het persoonlijke leven. Vragen in verband met arbeid kwamen in Terzake niet aan de orde.
Alleen daar
In heel onze sample zien we weinig andere vrouwen met hoofddoeken.
Zij komen nog even voor in een andere Terzake (20-01-2006), als positief voorbeeld om te zeggen dat er niet op elke werkvloer discriminatie heerst. Het betreft een callcenter, waar een mooie mix aan nationaliteiten werkt. Er wordt gewerkt in vele talen. De reportage is een positief voorbeeld in verband met beeldvorming over jobinhoud. Men ziet wat de mensen doen, ze vertellen hoe graag ze het doen, wat het voor de ontvanger van de diensten betekent, wat de verhoudingen zijn op de werkvloer, wat de bijzondere voorzieningen zijn in dit goed georganiseerde en op diversiteit gerichte bedrijf. Als voorbeeld van non-discriminatie is het echter gemakkelijk om deze firma op te voeren. Het is een callcenter, dat veel baat heeft van de vaardigheden van mensen uit verschillende culturen omdat het zich richt tot mensen in verschillende culturen. Het zou bijzonder dom zijn van het bedrijf als het geen gebruik maakte van de culturele mix aan personeel dat het in België kan aanwerven.
Over werkloosheid van allochtone vrouwen gaat het in heel onze sample verder slechts één keer (buiten het gevaar voor werkloosheid dat een eventueel hoofddoekenverbod in Antwerpen zou opleveren): in Het Nieuws van 02-04-2006, als de (Open) VLD parlementariër Annemie Turtelboom zegt dat allochtone vrouwen te weinig inspanningen doen om te werken. Anissa Temsamani, sp.a parlementariër, komt dan heel even aan bod (9 seconden) om te zeggen dat wat Turtelboom zegt ‘kort door de bocht’ is.
In de vele uitzendingen over discriminatie en werkloosheid van allochtonen gaat het steeds, vaak impliciet maar in feite altijd, om jongens en mannen.
Volgende uitzendingen in onze sample gaan over werken en niet-werken van allochtone jongens en mannen:
- Morgen Beter: 15-11-2006
- Morgen Beter: 17-11-2006
- Morgen Beter: 20-02-2006
- Morgen Beter: 24-02-2006
- Terzake: 20-02-2006
- Terzake: 02-03-2006
- Terzake: 15-11-2006
- Terzake: 15-02-2006
- De Zevende Dag : 12-02-2006
- De Zevende Dag: 29-10-2006
- De Zevende Dag: 18-02-2007
- De Zevende Dag: 25-02-2007
- De Zevende Dag: 04-03-2007
Er is geen enkele categorie van onderwerpen (met uitzondering van de problemen van Volkswagen in Vorst), waar het zo vaak over gaat. De nadruk ligt op de inspanningen die werkgevers en de overheid zouden moeten en kunnen doen, en vaak al doen, om allochtonen aan het werk te krijgen. Het gaat niet over de charmes die werken voor die jonge mannen zou kunnen hebben, niet over de (geringe) verdiensten, niet over gemakkelijkere manieren om geld te verdienen, niet over de opvoeding tot arbeidsethos. Soms (en niet in de laatste plaats door allochtonen) wordt gezegd dat de bereidheid van twee kanten moet komen. Ook de Vlaamse minister van Werk Frank Vandenbroucke schuwt het niet om in het kader van het diversiteitsbeleid, en in het kader van de werking van de VDAB, de nadruk te leggen op de noodzaak van werken. Frank Vandenbroucke is trouwens de actor die in heel ons onderzoek het vaakst en het langst aan het woord is (19 minuten 48 seconden) en het meest de nadruk legt op de noodzaak van werken.
Ook Bart Somers (Open VLD-voorzitter en burgemeester van Mechelen) dringt er (in Morgen Beter van 24-02-2006), met licht oplopende stem, op aan dat allochtone jongeren meer inspanningen zouden moeten doen.
In al die uitzendingen over tewerkstelling van allochtone jongens zagen we drie allochtonen als experten aan het woord. Meer niet. Al de andere optredens door allochtonen zijn korte getuigenissen. Alle allochtone actoren leveren - zoals we al eerder zegden onder 6.3.1 - 5% van de totale spreektijd van alle actoren.
In slechts één van de hoger vermelde uitzendingen over werkloosheid van allochtonen, en in geen van de uitzendingen over allochtone vrouwen, is het Vlaams Belang aan het woord. In de hele sample kwam VB driemaal voor. Een van de drie interventies van het VB die een beetje in de buurt van ‘migratie’ kwam was in De Zevende Dag van 18-02-2007, over voorstellen van de (Open) VLD voor nieuwe migratie (de twee anderegingen over Volkswagen).
